90 personen verloren Nederlanderschap

In de afgelopen vier jaar heeft het kabinet bij negentig personen het Nederlanderschap ingetrokken. Dat blijkt uit cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die zijn opgevraagd door RTL Nieuws. Het gaat om een maatregel die uitsluitend kan worden toegepast bij mensen met een dubbele nationaliteit, omdat het internationaal verboden is om personen stateloos te maken.
Het afnemen van het Nederlanderschap geldt als een zwaar juridisch instrument, dat vooral wordt ingezet vanuit veiligheids- en integriteitsoverwegingen. Van de negentig gevallen kozen overigens dertig mensen er zelf voor om afstand te doen van hun Nederlandse nationaliteit, bijvoorbeeld door vrijwillig een andere nationaliteit aan te nemen. In die situaties volgt het verlies van het Nederlanderschap automatisch uit de wet. De overige zestig gevallen zijn het gevolg van ingrijpen door de overheid, meestal vanwege bedrog bij naturalisatie of vanwege ernstige strafbare feiten, waaronder terroristische activiteiten.
Het afnemen van het Nederlanderschap wegens bedrog raakt personen die onjuiste informatie hebben verstrekt bij hun aanvraag, bijvoorbeeld over identiteit, verblijfsgeschiedenis of strafrechtelijk verleden. Als achteraf blijkt dat het Nederlanderschap op onrechtmatige gronden is verkregen, kan de minister of staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besluiten dit in te trekken. Deze bevoegdheid wordt met terughoudendheid toegepast, maar speelt een belangrijke rol bij het beschermen van de rechtsorde.
Zeer ernstige misdrijven
Daarnaast kan het Nederlanderschap worden afgenomen van personen die zijn veroordeeld voor zeer ernstige misdrijven. Daarbij gaat het om strafbare feiten waarop een gevangenisstraf van minimaal acht jaar staat, of om terroristische misdrijven die worden gezien als een directe bedreiging voor de nationale veiligheid. Ook personen vanaf zestien jaar die vrijwillig toetreden tot een leger dat strijdt tegen Nederland of een bondgenoot, kunnen hun Nederlanderschap verliezen.
Binnen het veiligheidsdomein wordt deze maatregel gezien als ultimum remedium. Het past in een bredere aanpak waarin de overheid inzet op het tegengaan van terrorisme, radicalisering en ondermijning van de rechtsstaat. Tegelijkertijd blijft het onderwerp politiek en maatschappelijk gevoelig, omdat het raakt aan fundamentele rechten en de vraag hoe ver de staat mag gaan in het beschermen van de veiligheid.
De cijfers laten zien dat het intrekken van het Nederlanderschap relatief weinig voorkomt, maar wel structureel wordt toegepast als de veiligheid of integriteit van het Nederlandse staatsburgerschap in het geding is. Daarmee onderstreept het kabinet dat het Nederlanderschap niet alleen een recht is, maar ook verplichtingen met zich meebrengt.









































































































