Aantal woninginbraken bereikt laagterecord

Het aantal woninginbraken in Nederland heeft in 2025 opnieuw een historische laagte bereikt. Volgens cijfers van de politie werden vorig jaar ongeveer 21.600 woninginbraken geregistreerd, ruim achthonderd minder dan in 2024. Daarmee komt het totaal op het laagste niveau sinds de politie in 2012 begon met het structureel bijhouden van deze statistieken. Uit een analyse van het ANP blijkt dat de dalende trend, die al meer dan tien jaar zichtbaar is, zich ook in 2025 heeft doorgezet.
Ter vergelijking: in 2012 lag het aantal woninginbraken nog ruim boven de 90.000. Sindsdien is er vrijwel elk jaar sprake van een afname, wat wijst op een structurele verbetering van de woningbeveiliging en preventie, in combinatie met gerichte inzet van politie en gemeenten. Toch is het landelijke beeld niet overal hetzelfde. Achter het positieve totaal schuilen grote regionale verschillen.
In ongeveer de helft van de twintig grootste gemeenten nam het aantal woninginbraken in 2025 juist toe. Utrecht springt daarbij in het oog. Daar werd 626 keer ingebroken, tegenover 399 keer een jaar eerder. Ook in Zoetermeer was sprake van een forse stijging van iets meer dan 50 procent. In die gemeente werd het hoogste aantal woninginbraken geregistreerd sinds het coronajaar 2020. Deze lokale stijgingen laten zien dat de problematiek zich verplaatst en dat blijvende aandacht voor preventie noodzakelijk blijft.
Amsterdam blijft koploper
Tegelijkertijd waren er gemeenten waar het aantal woninginbraken juist sterk daalde. In onder meer Haarlem, Den Bosch en Apeldoorn was sprake van een duidelijke afname. Op regionaal niveau valt op dat vooral in het noorden van het land veel gemeenten lagere cijfers laten zien dan een jaar eerder.
Amsterdam blijft, in absolute aantallen, de gemeente waar het vaakst wordt ingebroken. In 2025 ging het daar om ruim 1.500 woninginbraken. Daarna volgen Rotterdam en Den Haag. Wanneer de cijfers worden afgezet tegen het aantal inwoners ontstaat echter een ander beeld. Per duizend inwoners werd het vaakst ingebroken in Rozendaal, Bloemendaal en Amstelveen. Dat onderstreept dat kleinere gemeenten relatief zwaar geraakt kunnen worden, ook al liggen de absolute aantallen daar lager.
Een voorbeeld van een sterke daling is de gemeente Zeist. Daar werd in 2025 81 keer ingebroken in woningen, wat neerkomt op ongeveer 1,21 inbraak per duizend inwoners. Dat is een afname van ruim 27 procent ten opzichte van 2024. Dergelijke cijfers laten zien dat lokaal beleid, preventiemaatregelen en samenwerking met bewoners daadwerkelijk effect kunnen hebben.
Preventie blijft noodzakelijk
Ondanks de lokale stijgingen in enkele grote steden bevestigt 2025 het bredere beeld dat woninginbraak in Nederland structureel afneemt. Voor de beveiligingssector onderstreept dit het belang van blijvende investeringen in bouwkundige beveiliging, elektronische beveiliging en bewustwording bij bewoners. De cijfers tonen aan dat preventie werkt, maar ook dat waakzaamheid noodzakelijk blijft, zeker in gemeenten waar de trend tijdelijk de andere kant op beweegt. De lage inbraakcijfers zijn namelijk grotendeels te danken aan de betere bouwkundige beveiliging die bij nieuwsbouw en grootschalige renovatie tegenwoordig verplicht is. Onder andere het Politiekeurmerk Veilig Wonen heeft sterk bijgedragen aan de daling van het aantal inbraken. Deze initiatieven blijven noodzakelijk om te voorkomen dat het aantal inbraken weer zal toenemen.






































































































