Actuele dreigingen vereisen robuuster veiligheidsbestel

Het Nederlandse veiligheidsbestel staat onder druk. Klimaatverandering leidt tot extremere weersomstandigheden, internationale spanningen vergroten de hybride dreiging en er is steeds meer sprake van maatschappelijke ontwrichting. Tegelijkertijd is de (bestuurlijke) organisatie van veiligheid versnipperd. Cruciaal daarbij zijn de 25 veiligheidsregio’s. Hoewel zij bij hun oprichting 20 jaar geleden logisch waren, is het nu de vraag of deze structuur wel toekomstbestendig is? Een robuuster veiligheidsbestel ontstaat wanneer de taken en verantwoordelijkheden in de crisisbeheersing worden overgenomen door de twaalf provincies, aldus veiligheidsexpert Gert-Jan Ludden.
De veiligheidsregio’s zijn tot stand gekomen om de samenwerking tussen gemeenten te versterken op het gebied van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. In de praktijk zijn zij uitgegroeid tot een extra bestuurslaag, met eigen besturen, ambtelijke organisaties en (wettelijke) verantwoordelijkheden. Dat leidt tot onduidelijkheid: wie is uiteindelijk verantwoordelijk bij een grote crisis? De burgemeester, de voorzitter van de Veiligheidsregio of het Rijk? Deze bestuurlijke gelaagdheid vertraagt besluitvorming en maakt het systeem kwetsbaar in situaties waarin snelheid en eenduidigheid cruciaal zijn. Bovendien zijn de veiligheidsregio’s organisatorisch toegerust voor klassieke rampenbestrijding en niet gefocust op moderne crisisbeheersing.
Provincies zijn beter gepositioneerd om deze rol over te nemen. Zij vormen al een verankerde bestuurslaag met democratische legitimatie, strategische slagkracht en gebiedsgerichte coördinatie. Provinciale grenzen sluiten beter aan bij andere beleidsterreinen die direct raken aan veiligheid, zoals ruimtelijke ordening, infrastructuur en natuurbeheer. Veiligheid is niet een op zichzelf staand vraagstuk; het is verweven met de maatschappelijke inrichting van ons land.
Versnippering
De huidige indeling in 25 veiligheidsregio’s zorgt ook voor versnippering van expertise en capaciteit. Niet elke regio heeft dezelfde schaal of middelen om complexe crises het hoofd te bieden. Door de verantwoordelijkheid te concentreren bij de provincies kan kennis beter worden gebundeld en kan efficiënter worden geïnvesteerd in specialistische capaciteiten, zoals crisiscommunicatie, data-analyse, publiek-private – en civiel militaire samenwerking. Minder regio’s betekent bovendien minder bestuurlijke drukte, beter overzicht en significante kostenbesparing.
Ook de democratische controle is gebaat bij de provinciale verankering van veiligheidstaken. Provinciale staten hebben een duidelijke controlerende rol en zijn beter zichtbaar voor burgers dan de besturen van de veiligheidsregio’s die grotendeels buiten het publieke debat opereren. Door veiligheid expliciet onderdeel te maken van het provinciaal beleid, wordt het onderwerp beter bespreekbaar en transparanter verantwoord.
Onmisbaar
Dat betekent niet dat gemeenten buitenspel worden gezet. Integendeel: zij blijven onmisbaar in de lokale uitvoering en signalering. Maar de regie, voorbereiding en coördinatie bij complexe crises hoort thuis op een niveau dat overzicht, doorzettingsmacht en samenhang kan bieden. De provincie kan die rol vervullen, in nauwe samenwerking met gemeenten, het Rijk en andere veiligheidspartners. De provincie is ook prima in staat de grensoverschrijdende coördinatie met buitenlandse hulpdiensten en gezag van buurlanden af te stemmen.
Als Nederland zijn veiligheidsbestel wil voorbereiden op de uitdagingen van de komende decennia, is bestuurlijke durf nodig. Het heroverwegen van de rol van de veiligheidsregio’s en het beleggen van hun taken bij de provincies is een noodzakelijke stap naar een sterker, overzichtelijker en democratischer systeem. Veiligheid is te belangrijk om versnipperd te organiseren.
Gert-Jan Ludden, adviseur crisisbeheersing






































































































