België slecht voorbereid op grote crisissen

België blijkt nauwelijks bestand tegen grootschalige crisissen, ondanks decennialange inspanningen om de crisisbeheersing te verbeteren. Dat concludeert de Belgische denktank Itinera in een nieuw rapport dat De Morgen kon inkijken. Volgens onderzoeker Julien De Wit functioneert de Belgische crisisaanpak goed bij kleinere incidenten, maar ontbreekt het land aan een doeltreffende structuur zodra zich een grote ramp of nationale noodsituatie voordoet.
De Wit onderzocht de Belgische reactie op eerdere crisissen, waaronder de aanslagen in Brussel, de overstromingen in Wallonië en de coronapandemie en vergeleek deze met de aanpak in andere Europese landen. Zijn conclusie is scherp: ondanks jaren van overleg, hervormingen en nieuwe instanties blijft België slecht voorbereid op rampen van grote omvang. “We zijn een land van eeuwige versnippering”, stelt hij. “Bij elke crisis ontstaan er ad-hocstructuren boven op de bestaande adviesraden, comités en overlegorganen. Tijdens de coronacrisis zagen we dat in het extreme: te veel betrokken partijen, te weinig coördinatie en een trage besluitvorming.”
Institutionele lappendeken
Volgens De Wit zorgt die institutionele lappendeken voor chaos en vertraging op momenten dat snelle beslissingen cruciaal zijn. Hij vergelijkt het met de recente problemen rond drones boven militaire basissen. “Iedereen zag dat risico aankomen, maar pas toen het echt gebeurde, kwam men in actie. Dat patroon herhaalt zich telkens weer.”
België beschikt wel over een Nationaal Crisiscentrum (NCCN), dat in theorie de leiding heeft bij rampen en nationale noodsituaties. In de praktijk is die rol echter beperkt, omdat verschillende andere instanties eveneens bevoegdheden opeisen. Zo heeft het Brussels Gewest inmiddels een eigen crisiscentrum, safe.brussels en bij veiligheidsincidenten spelen ook het Strategisch Comité voor Inlichtingen en Veiligheid, de Coördinatiecel Inlichtingen en Veiligheid en de Nationale Veiligheidsraad een rol. “Dat zijn vier instanties met overlappende taken, verspreid over verschillende ministers. Dat helpt niet voor de duidelijkheid”, aldus De Wit.
Centrale regierol
De onderzoeker pleit voor een duidelijke commandostructuur waarbij het Nationaal Crisiscentrum de centrale regierol krijgt. Daarnaast zou een wettelijk kader voor burgerreservisten, meer autonomie voor digitale communicatiekanalen en een onafhankelijk evaluatiemechanisme – zoals in Nederland – de weerbaarheid van België kunnen versterken.
Ook crisiscommunicatie richting burgers moet volgens Itinera beter worden georganiseerd. Hoewel België beschikt over het waarschuwingssysteem BE-Alert, is er weinig voorbereiding op scenario’s waarbij bijvoorbeeld het elektriciteitsnet uitvalt. “In Zweden kreeg elke burger een brochure met concrete instructies over hoe te handelen in noodsituaties. Zoiets ontbreekt bij ons volledig”, besluit De Wit.
Het rapport van Itinera benadrukt dat de toenemende geopolitieke spanningen, hybride dreigingen en cyberrisico’s het belang van een samenhangende nationale crisisstructuur groter maken dan ooit.







































































































