België zet weer militairen in voor beveiliging Joodse instellingen

De Belgische regering bereidt de inzet voor van militairen in Antwerpen en Brussel om de beveiliging van gevoelige locaties te versterken. Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin heeft aangekondigd dat 45 militairen zullen worden ingezet in de Joodse wijk in Antwerpen, terwijl eenzelfde aantal naar Brussel gaat. In Antwerpen zullen de militairen zich vooral richten op de bescherming van Joodse instellingen, waaronder synagogen en scholen. In de hoofdstad worden zij ingezet in en rond (metro)stations, in samenwerking met de spoorwegpolitie.
Volgens Quintin is het dossier inhoudelijk afgerond en kan de inzet snel volgen zodra het politieke besluit is genomen. Vanaf dat moment zou het ongeveer twee weken duren voordat militairen daadwerkelijk zichtbaar zijn in het straatbeeld. Een concrete startdatum ontbreekt echter nog. De uitvoering van het besluit is binnen de federale regering gekoppeld aan overleg over een andere gevoelige kwestie, namelijk de aanpak van de overbevolking in de Belgische gevangenissen. Minister Quintin benadrukt dat hij geen nieuwe timing meer wil afgeven, maar dat de inzet zo snel mogelijk moet plaatsvinden.
De inzet van militairen in Antwerpen is niet nieuw. Tussen 2015 en 2021 waren zij al prominent aanwezig in de stad, na de verhoging van het terreurdreigingsniveau begin 2015. Die maatregel volgde op de aanslag op het Joods Museum in Brussel in 2014 en was bedoeld om zichtbare beveiliging te bieden op kwetsbare locaties. In 2021 werd de militaire aanwezigheid beëindigd, tot ongenoegen van zowel de Joodse gemeenschap als lokale bestuurders. De huidige aankondiging markeert daarmee een terugkeer naar een eerder beproefd beveiligingsconcept.
Afschrikking
Minister Quintin is al langer voorstander van de inzet van militairen ter ondersteuning van de politie, met name bij de bewaking van strategische en symbolische doelwitten. Volgens hem is dit noodzakelijk in een tijd waarin dreigingen divers en onvoorspelbaar zijn en de druk op de reguliere politiediensten hoog blijft. De inzet van militairen moet bijdragen aan zichtbaarheid, afschrikking en extra capaciteit, zonder de politietaken te vervangen.
In hetzelfde televisieprogramma ging Quintin ook in op bredere veiligheidsvraagstukken, waaronder jeugdcriminaliteit. Naar aanleiding van een recent incident in Anderlecht pleitte hij voor de aanwezigheid van jeugdinspecteurs in alle politiezones. Momenteel beschikt ongeveer 75 procent van de zones over dergelijke specialisten. Volgens de minister is een ketenaanpak nodig, waarbij politie en justitie optreden, maar ook ouders hun verantwoordelijkheid nemen. Daarbij onderstreepte hij het belang van nabijheidspolitie als fundament voor veiligheid in de wijken.









































































































