Boa-stelsel wordt in 2026 gemoderniseerd

Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt aan een ingrijpende modernisering van het stelsel voor buitengewoon opsporingsambtenaren, maakt Toezichttafel bekend. De aanpassingen, die vanaf 2026 stapsgewijs worden ingevoerd, moeten leiden tot een duidelijkere taakverdeling, meer bevoegdheden in de dagelijkse praktijk en extra aandacht voor veiligheid en professionele ondersteuning. Hoewel veel maatregelen al zijn aangekondigd, zijn nog niet alle onderdelen volledig uitgewerkt.
Een van de meest opvallende veranderingen is het verdwijnen van de scherpe grenzen tussen de huidige domeinen. Boa’s geven al jaren aan in de praktijk tegen beperkingen aan te lopen wanneer zij overtredingen signaleren die formeel buiten hun bevoegdheidsgebied vallen. Dat verandert vooral voor domein I en domein II, waar gemeentelijke handhavers meer ruimte krijgen om direct op te treden bij leefbaarheids- en milieuproblemen, zoals afval, vervuiling of geluidsoverlast. Tegelijkertijd blijft specialistische inzet bestaan. Milieu- en groene handhavers behouden hun specifieke taak, maar krijgen vaker te maken met gezamenlijke controles. OV-boa’s blijven een eigen domein houden, maar krijgen een stevigere positie binnen het landelijk bestel en meer aandacht voor veiligheid.
Preventieve interventies
Volgens het ministerie verschuift het werk niet alleen qua bevoegdheden, maar ook qua benadering. Boa’s in de openbare ruimte moeten meer ruimte krijgen voor preventieve interventies, waarbij voorafgaand aan escalatie kan worden ingegrepen zonder dat direct een boete volgt. Dat vraagt andere vaardigheden, zoals communiceren en de-escaleren, en zal tot aanpassingen in opleiding en training leiden.
Ook procedureel verandert er het nodige. Boa’s krijgen vaker de mogelijkheid om zelfstandig de identiteit van personen vast te stellen. Het ministerie verwacht dat dit de dagelijkse werkzaamheden efficiënter maakt en de politie ontlast. De maatregel zou aanvankelijk per 1 januari ingaan, maar is verschoven naar 1 april.
Persoonlijke veiligheid
De modernisering richt zich eveneens op veiligheid. Handboeien en communicatiemiddelen worden standaarduitrusting en bij risicovolle situaties kunnen aanvullende middelen worden verstrekt, waaronder bodycams en beschermende vesten. Bewapening blijft beperkt tot situaties waarin een noodzaak bestaat en aanvullende scholing is gevolgd. Een proef bij de NS moet begin 2026 inzicht bieden in de meerwaarde van een wapenstok bij het vergroten van de veiligheid van handhavers in het openbaar vervoer. Gedurende twee jaar mogen 75 NS-boa’s het middel dragen om ervaring op te doen in de praktijk.
Geen politietaak
De minister benadrukt dat boa’s geen politietaak krijgen en niet onder de politie-organisatie zullen vallen. Bij ernstig geweld blijft de inzet van de politie noodzakelijk. Parallel aan de wijzigingen in bevoegdheden en uitrusting, werkt het Rijk aan een uniformere uitstraling. Er wordt gestreefd naar een herkenbaar, neutraal uniform. De discussie over het toestaan van religieuze uitingen is nog gaande en hangt af van toekomstige wetgeving. Totdat hierover duidelijkheid komt, blijven bestaande gemeentelijke afspraken van kracht.
De invoering van alle maatregelen gebeurt verspreid over meerdere jaren. Opleidingen, werkprocessen en richtlijnen worden stap voor stap aangepast. Volgens de planning moet het vernieuwde stelsel rond 2028 volledig staan, wat betekent dat boa’s zich de komende jaren opmaken voor een langdurige periode van verandering.







































































































