Brandveiligheidsindustrie moet op zoek naar PFAS-alternatieven

De discussie rond PFAS-stoffen is de afgelopen jaren steeds prominenter geworden, mede door de groeiende bezorgdheid over hun schadelijke effecten op milieu en gezondheid. De focus ligt nu ook op het gebruik ervan in brandbestrijdingsmiddelen. De brandveiligheidssector staat daarmee voor een forse uitdaging, vooral nu Europese regelgeving richting een algeheel verbod beweegt, aldus Jan Witte, president van Eurofeu.
PFAS — voluit per- en polyfluoralkylstoffen — zijn synthetische chemicaliën die vanwege hun unieke eigenschappen al sinds de jaren 1940 in allerlei toepassingen worden gebruikt. Ze zijn water-, vet- en vuilafstotend en bovendien zeer stabiel, zowel chemisch als thermisch. Dat maakt ze effectief in blusmiddelen, met name schuimsoorten en halogeenkoolstofgassen. Maar precies die eigenschappen zorgen er ook voor dat PFAS nauwelijks afbreken in het milieu, wat tot langdurige vervuiling leidt.
De Europese Unie werkt momenteel aan een restrictievoorstel om het gebruik van PFAS te beperken of zelfs geheel te verbieden. Nederland is een van de vijf landen die dit voorstel mede hebben ingediend. De regelgeving is nog in ontwikkeling, maar een definitief besluit wordt verwacht rond 2026 of 2027. Tot die tijd is er veel onduidelijkheid, wat leidt tot onzekerheid binnen de brandbeveiligingsindustrie.
Onzekerheid
Die onzekerheid werd versterkt toen chemiebedrijf 3M eind 2022 aankondigde uiterlijk in 2025 te stoppen met de productie van PFAS. Dat betekent dat het populaire blusmiddel Novec 1230, geproduceerd door 3M, vanaf eind 2024 niet langer beschikbaar zal zijn. Voor veel brandveiligheidsbedrijven en hun klanten betekent dit dat zij op zoek moeten naar alternatieven — en snel ook.
Er zijn gelukkig verschillende opties in beeld. Andere producenten van het blusmiddel FK-5-1-12 kunnen voorlopig nog in de behoefte voorzien, zeker als het gaat om het bijvullen van bestaande systemen. Daarnaast zijn er technologieën die volledig PFAS-vrij zijn. Inerte gassen worden bijvoorbeeld al langer gebruikt in situaties waar geen residu mag achterblijven na blussing. Ook waternevelsystemen worden als potentieel alternatief gezien, hoewel ze niet in alle toepassingen geschikt zijn. Aerosolen bieden op hun beurt een gunstige verhouding tussen volume en gewicht, maar brengen risico’s met zich mee op het gebied van corrosie en gezondheid.
Geen universele oplossing
De kern van het probleem is dat er geen universele oplossing bestaat. Elk blussysteem vraagt om een specifieke afweging van factoren als effectiviteit, veiligheid, milieubelasting en technische haalbaarheid. Daarom pleiten experts voor een casusgerichte benadering, waarbij per situatie wordt bekeken welk alternatief het meest geschikt is.
Wat wel duidelijk is: de transitie naar PFAS-vrije brandveiligheid is onafwendbaar. Dat vraagt van de sector niet alleen technologische innovatie, maar ook proactief beleid. Het voorkomen van PFAS-uitstoot, bijvoorbeeld door hergebruik van gassen of alternatieve testmethoden, wordt steeds belangrijker.
De brandbeveiligingsindustrie staat dus op een kruispunt. De druk om PFAS-gebruik af te bouwen groeit, terwijl de alternatieven zich in rap tempo ontwikkelen. De komende jaren zullen bepalend zijn voor de manier waarop brandveiligheid en milieubescherming hand in hand kunnen gaan.













































































































