Cryptofraude groeit sneller dan politie kan bijhouden

Cryptofraude groeit zo snel dat de politie moeite heeft om alle aangiftes te verwerken, meldt het AD. Door een tekort aan rechercheurs met specifieke kennis van digitale criminaliteit blijven zaken volgens betrokken deskundigen te vaak liggen. Slachtoffers van fraude met cryptovaluta krijgen daardoor niet altijd de aandacht waarop zij hopen.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) spreekt van een snelgroeiend en ernstig maatschappelijk probleem. Volgens de financiële toezichthouder bedraagt de schade door beleggingsfraude in Nederland inmiddels ongeveer 750 miljoen euro per jaar. De werkelijke omvang kan volgens de AFM bovendien worden onderschat, onder meer omdat slachtoffers niet altijd aangifte doen.
Bij cryptofraude worden slachtoffers vaak benaderd via professioneel ogende websites waarop wordt gehandeld in cryptovaluta of andere beleggingen. Criminelen wekken daarbij de indruk dat slachtoffers daadwerkelijk investeren en winst maken. In werkelijkheid verdwijnen ingelegde bedragen naar rekeningen die door fraudeurs worden beheerd.
Veel aangiftes
De politie ontvangt naar eigen zeggen veel aangiftes van dergelijke fraude. “Het is voor ons onmogelijk om elke aangifte de aandacht te geven die zij verdient”, zegt politiewoordvoerder Wim Hoonhout van de politie Midden-Nederland. Voor slachtoffers kan dit volgens hem bijzonder frustrerend zijn.
Ook gespecialiseerde advocaten en fraudeonderzoekers signaleren capaciteitsproblemen. Volgens advocaat Marius Hupkes beschikt de politie over gespecialiseerde cybercrime-eenheden, maar groeit cryptofraude sneller dan de beschikbare capaciteit kan worden uitgebreid. Cryptofraudespecialist Sjoerd van der Meulen ziet eveneens dat het opbouwen van kennis en expertise tijd kost.
Hogere prioriteit nodig
De politie probeert aangiftes onderling te verbinden en zoekt naar clusters die kunnen wijzen op grotere criminele organisaties. “We zoeken naar clusters van aangiftes en richten ons op de criminele organisaties die erachter zitten”, aldus Hoonhout.
De AFM pleit ondertussen voor een hogere prioriteit voor de bestrijding van beleggingsfraude. De toezichthouder ziet daarbij een rol voor zowel financiële toezichthouders als opsporingsdiensten en pleit voor een centraal meldpunt en meer gecoördineerde handhaving. Daarmee moet voorkomen worden dat afzonderlijke aangiftes los van elkaar worden behandeld terwijl ze mogelijk onderdeel zijn van dezelfde internationale fraudeorganisatie.












































































































