De grootste zorgen van inwoners Nederland

Inwoners van Nederland maken zich de meeste zorgen over cyberdreigingen, spanningen tussen bevolkingsgroepen en terrorisme. Sinds 2022 zijn Nederlanders zich substantieel meer zorgen gaan maken over cyberdreigingen, uitval van vitale processen en geopolitieke en militaire dreigingen. Dat en meer blijkt uit de nieuwste Risico- en Crisisbarometer (RCB), het publieksonderzoek van de NCTV naar de beleving van het algemeen publiek van risico’s en dreigingen voor de nationale veiligheid.
De najaarsmeting 2024 van de Risico- en Crisisbarometer (RCB) is uitgevoerd tussen 29 augustus en 22 september 2024. Om inzicht te krijgen in wat Nederlanders als bedreigend ervaren beantwoordden deelnemers vragen over 17 mogelijke gebeurtenissen die een dreiging kunnen vormen voor de (nationale) veiligheid. Hierbij geven ze aan wat ze denken dat de kans is dat een gebeurtenis voorkomt, hoe ernstig ze die gebeurtenis inschatten en hoeveel zorgen ze zich erover maken – in het algemeen en voor zichzelf en naasten.
Nationale veiligheid
Als het gaat om dreigingen voor de nationale veiligheid maken inwoners van Nederland zich het meeste zorgen over cyberdreigingen (48%), spanningen tussen bevolkingsgroepen (46%) en terrorisme (45%). Wanneer het zich voor zou doen wordt het stoppen van vitale processen – zoals onder andere langdurig geen elektriciteit, geen gas of geen internet – als het meest ernstig gezien: zeven op de tien ziet dit als catastrofaal of zeer ernstig.
Op de langere termijn is er een duidelijk stijging te zien in het percentage dat zich zorgen maakt over het stoppen van vitale processen en geopolitieke en militaire dreigingen. Deze stijgingen zijn beide ingezet in de meting van voorjaar 2022. In het geval van geopolitieke en militaire dreiging is een mogelijke verklaring de inval van Rusland in Oekraïne en de daarop volgende oorlog. In de huidige najaarsmeting 2024 geeft ruim vier op de tien (42%) aan zich zorgen te maken over geopolitieke en militaire dreigingen.
Inwoners schatten cyberdreigingen (79%), georganiseerde criminaliteit (76%) en spanningen tussen bevolkingsgroepen (75%) in als het meest waarschijnlijk. Ten opzichte van de meting in het voorjaar van 2024 valt op dat inwoners het stoppen van vitale processen (van 25% naar 32%) als een stuk waarschijnlijker zijn gaan zien.
Vertrouwen in de overheid
Eén op de drie inwoners (34%) geeft aan geen (6%) of weinig (28%) vertrouwen in de overheid te hebben. In het voorjaar van 2024 was dit percentage opgeteld 40%. Nederlanders vinden het lastig om in te schatten of de overheid voldoende doet om risico’s en dreigingen te voorkomen. De dreigingen waarvan inwoners echter wel vinden dat de overheid te weinig doet om deze te voorkomen, zijn spanningen tussen bevolkingsgroepen (57%) en georganiseerde criminaliteit (47%).
Ongeveer een derde (30%) van inwoners heeft (heel) veel vertrouwen in de informatievoorziening van de overheid bij een ramp of crisis. Een groter deel (41%) heeft niet veel, maar ook niet weinig vertrouwen. Eén op de vijf (20%) heeft weinig tot helemaal geen vertrouwen.
De RCB wordt twee keer per jaar uitgevoerd door onderzoeksbureau Ipsos I&O in opdracht van de NCTV. Het onderzoek bestaat uit een online kwantitatief gedeelte onder 5.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder. De uitkomsten worden gebruikt voor planvorming en de voorbereiding op risico- en crisiscommunicatie. In het voorjaar van 2025 wordt het onderzoek opnieuw uitgevoerd.







































































































