Dispensatie voor VVNL-bedrijven volgens NVB eerder onterecht

Leden van de van de Vereniging Beveiligingsorganisaties – VBe, tegenwoordig VVNL – kregen volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche onterecht dispensatie van de Cao Particuliere Beveiliging (Cao PB) die in 2018 werd afgesloten. Dat zou blijken uit een brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 februari 2024.

In deze zogenoemde ‘beslissing op bezwaar’ schrijft de minister dat de algemeen-verbindverklaring voor de Cao Pb terecht was en dat vrijwel alle beveiligingsbedrijven zich aan die cao PB hadden moeten houden. Er is een uitzondering voor een kleine groep bedrijven met zogenoemde ‘gecombineerde werkzaamheden binnen één juridische entiteit’. De Nederlandse Veiligheidsbranche beraadt zich nog op mogelijkheden om ook de laatste, kleine dispensatiemogelijkheid (‘gecombineerde werkzaamheden binnen één juridische entiteit’) ongedaan te maken in de al jaren durende juridische strijd met de VVNL.

Concurreren op arbeidsvoorwaarden
Volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche moeten alle ondernemingen die reguliere beveiligingswerkzaamheden uitvoeren zich aan de Cao PB houden, ook ondernemingen die eerder dachten dat zij dat niet zouden hoeven. Verder betekent de ministeriële beslissing dat bedrijven die zich niet aan de oude cao hielden dat met terugwerkende kracht alsnog moeten doen.
De Nederlandse Veiligheidsbranche, FNV, CNV en de Unie zijn de partijen in de Cao PB. De VVNL (voorheen VBe) heeft al enige jaren een eigen cao. Over beide cao’s lopen al enige jaren juridische procedures. In reactie op de nieuwe ministeriële beslissing over de oude cao bevestigt voorzitter Ard van der Steur van de Nederlandse Veiligheidsbranche zijn eerdere uitspraak over het cao-conflict. “Wij willen samen met de vakbonden niet dat in onze bedrijfstak op arbeidsvoorwaarden wordt geconcurreerd. Concurrentie op arbeidsvoorwaarden is niet goed voor de werknemers, maar ook niet voor de bedrijven en hun klanten. Kwaliteitsstandaarden zijn dan immers niet te handhaven.”

Rechtszekerheid
De VVNL zegt vertrouwen te hebben op een bestendiging van de rechtszekerheid. De uitspraak wijzigt volgens deze branchevereniging niets want ook hiervoor wordt gedurende de procedure een voorlopige voorziening verzocht waarover uiteindelijk de Raad van State zich zal moeten buigen. Ook de advocaat van de NVB zou de uitspraak zeer verwarrend vinden en niet weten welke bedrijven nu wel niet gedispenseerd zijn.
Directeur Leon Vincken van de VVNL zegt het jammer te vinden dat de NVB blijft hameren op een niet bestaande concurrentie in het nadeel van werknemers. Inmiddels is ook door diezelfde minister duidelijk gemaakt dat individuele werknemers een claim kunnen leggen voor niet genoten 6 procent loonsverhoging in 2023. Maar dat moeten zij individueel (via hun rechtsbijstand of vakbond) doen. De concurrentie voor werknemers is door de NVB niet weerlegt kunnen worden in alle procedures, aldus de minister. Het bekende framing helpt de sector niet verder, benadrukt Vincken.

Deel dit artikel via: