Effectiviteit Anti-witwascontroles onduidelijk

De Nederlandse aanpak van witwassen heeft ingrijpende gevolgen voor burgers en bedrijven, terwijl het onduidelijk blijft hoeveel deze inspanningen daadwerkelijk opleveren. Banken besteden inmiddels miljarden aan controles en melden steeds meer verdachte transacties, maar volgens onderzoek van de Algemene Rekenkamer ontbreekt het aan goed inzicht in de effectiviteit van het beleid. Tegelijkertijd zijn er signalen dat bepaalde groepen onevenredig zwaar worden getroffen en dat discriminatie niet kan worden uitgesloten.
De anti-witwasregels vloeien voort uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Banken zijn verplicht ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU). De Nederlandsche Bank (DNB) houdt toezicht op banken en controleert of zij deze verplichtingen naleven. Het aantal meldingen is de afgelopen jaren sterk gestegen. In 2020 meldden banken bijna 250.000 ongebruikelijke transacties, terwijl dat aantal in 2024 is opgelopen tot ruim 530.000.
Ook gezinsleden doorgelicht
Volgens de Algemene Rekenkamer heeft deze intensivering van controles grote gevolgen voor burgers en organisaties. Voor het onderzoek werd onder meer gekeken naar drie groepen die relatief vaak met verscherpte controles te maken krijgen: zogenoemde politically exposed persons (PEP’s), religieuze instellingen en horecaondernemers. PEP’s, waaronder voormalige politici en rechters, geven aan dat zij vaak te maken krijgen met uitgebreide financiële onderzoeken. Daarbij worden soms ook hun gezinsleden doorgelicht. In de praktijk leidt dit er volgens betrokkenen regelmatig toe dat rekeningen worden geweigerd of beëindigd, of dat internationale overboekingen worden geblokkeerd.
Moskeeën vaker gecontroleerd dan kerken
Ook religieuze instellingen melden problemen bij het bankieren. Met name moskeeën en migrantenkerken zeggen regelmatig vragen te krijgen over het doel en de herkomst van transacties, zelfs wanneer het gaat om reguliere betalingen zonder contant geld of buitenlandse overboekingen. Katholieke en protestantse kerken melden dergelijke controles aanzienlijk minder vaak. Volgens de Algemene Rekenkamer kan dit verschil wijzen op mogelijke discriminatie, al kon het onderzoek niet vaststellen wat de exacte oorzaak is.
Buitenlandse namen
Een vergelijkbaar patroon komt naar voren bij meldingen van ongebruikelijke transacties. In de door de Rekenkamer onderzochte meldingen had 61,8 procent betrekking op personen met een buitenlands klinkende achternaam. Dat percentage ligt hoger dan het aandeel mensen met een migratieachtergrond in Nederland. De onderzoekers benadrukken dat dit niet automatisch betekent dat sprake is van discriminatie, omdat bepaalde vormen van criminaliteit bijvoorbeeld vaker voorkomen in specifieke netwerken. Tegelijkertijd blijft onduidelijk waarom deze oververtegenwoordiging precies ontstaat.
Effect niet bekend
Opvallend is dat juist in andere sectoren met een verhoogd witwasrisico, zoals de horeca, ondernemers minder vaak melding maken van zware controlemaatregelen. Volgens de Rekenkamer roept dit vragen op over de mate waarin het toezicht daadwerkelijk risicogestuurd wordt uitgevoerd.
Een belangrijk probleem is dat nauwelijks bekend is of de groeiende hoeveelheid controles daadwerkelijk bijdraagt aan het opsporen of voorkomen van witwassen. Er worden geen systematische evaluaties uitgevoerd door de betrokken ministeries of door DNB. Ook bij de FIU ontbreekt een volledig beeld van het aandeel meldingen dat uiteindelijk daadwerkelijk met witwassen te maken heeft of wat de financiële omvang daarvan is.
Hoge kosten voor banken
Daarnaast blijkt dat de kwaliteit van meldingen van banken sterk kan verschillen. Hoewel duidelijke en goed onderbouwde meldingen essentieel zijn voor opsporingsdiensten, controleert de FIU deze kwaliteit niet structureel. Ook in het toezicht van DNB op banken speelt de kwaliteit van meldingen nauwelijks een rol.
Intussen blijven de kosten voor banken oplopen. In 2021 besteedden banken gezamenlijk ongeveer 1,16 miljard euro aan het naleven van de anti-witwasregels. In 2024 is dat bedrag gestegen tot circa 1,6 miljard euro. De negen banken die voor het onderzoek zijn bevraagd zetten samen ongeveer 13.000 medewerkers in voor de bestrijding van witwassen. Opvallend is dat de toezichthouder geen structureel overzicht van deze kosten deelt met het ministerie van Financiën.
Concrete stappen nodig
De Algemene Rekenkamer benadrukt dat het noodzakelijk is om beter inzicht te krijgen in zowel de resultaten als de neveneffecten van het anti-witwasbeleid. Alleen met duidelijke analyses van risico’s en effectiviteit kan worden voorkomen dat burgers en organisaties onnodig zwaar worden belast, terwijl criminelen buiten beeld blijven. De betrokken ministers hebben aangegeven dat zij de resultaten van het beleid beter inzichtelijk willen maken, maar volgens de Rekenkamer zijn vooral concrete stappen nodig om dat doel daadwerkelijk te bereiken.





































































































