Evaluatie van dragen van wapenstok door boa’s

In tien gemeenten zijn buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) bij wijze van proef bewapend met een korte wapenstok. In opdracht van het WODC hebben PLATO (Universiteit Leiden), Ockham IPS en ISGA de proef geëvalueerd. De lessen die zij daaruit trekken kunnen worden meegenomen in nieuwe regels voor bewapening en uitrusting van boa’s.

De veiligheid van boa’s bij de uitoefening van hun taken is de afgelopen jaren vaak onderwerp van gesprek. De minister van Justitie en Veiligheid wil daarom nieuwe regels opstellen voor bewapening en uitrusting van boa’s, waarin meer ruimte wordt geboden aan een lokale afweging van de veiligheidsrisico’s. Als voorbereiding daarop is in 2021 bij wijze van proef de mogelijkheid geboden aan tien gemeenten voor uitrusting met de korte wapenstok in de geest van deze voorgenomen regeling. De evaluatie van de proef dient om de lokale beleidskeuzes, aanpakken en de opgedane ervaringen hiermee systematisch in te kaart brengen.

Aandachtspunten
Op basis van de bevindingen in de evaluatie formuleren de onderzoekers aandachtspunten voor de manier waarop de wapenstok kan worden ingevoerd. Zo is genoeg tijd nodig voor gedegen voorbereiding en planning van lokale aanpak. Dit biedt een kans om de samenwerking en verantwoordelijkheden van handhavingsteams en politie scherp te definiëren als basis voor samenwerking.
Faciliteren van geregeld overleg op de diverse niveaus is ook nodig en heldere afwegingscriteria vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid kunnen duidelijkheid bieden in rollen en verantwoordelijkheden. Daarbij is een heldere procedure nodig voor het vinden van oplossingen als de meningen te zeer verschillen. Bijvoorbeeld via het landelijk platform voor toezichthouders, dat er tijdens de pilot was.

Verankeren samenwerking met de politie
Het samen oppakken van (nieuwe) taken, overleggen over de taakafbakening en de overlap tussen taken zijn belangrijk om tot een goede samenwerking tussen boa’s en de politie te komen. Het organiseren van een gezamenlijke training kan de samenwerking versterken en bijdragen aan verdere professionalisering van de handhavingsteams.
Gemeenten hebben behoefte om met andere gemeenten van gedachten te kunnen wisselen, te leren en soms aanvullende sturing en richtlijnen te krijgen. Dat vergt dus kennisdeling bij de ontwikkeling van lokale visies op de uitrusting van boa’s. Belangrijk is ook het tijdig starten van de voorbereiding van de administratieve afhandeling. En is het aan te bevelen de Dienst Justis (Justis) als uitvoeringsorganisatie tijdig te betrekken. Ook is helderheid nodig over de rol van andere betrokkenen bij het toekennen van geweldsbevoegdheden (werkgevers, VNG, toezichthouders, politie, de betrokken beleidsdirectie van het ministerie en Dienst Justis).

Melding en registratie van geweldsinzet
Een eenvoudig registratiesysteem is nodig, maar ook het verbeteren van meldings- en registratiediscipline. Een landelijke richtlijn kan uniformiteit stimuleren, zodat de verzamelde data voldoende informatie geven om daaruit conclusies te kunnen trekken.
Nadenken over de kwalificatie zelfverdediging bij taakuitvoering is eveneens van belang. Wettelijk gezien kunnen toegekende geweldsmiddelen alleen worden aangewend voor de uitoefening van bevoegde taken. Dit werpt de vraag op of boa’s de wapenstok kunnen gebruiken uit zelfverdediging, wanneer zij te maken hebben met onverwachte agressie. De voorgenomen nieuwe regeling kan duidelijkheid scheppen over een rechtmatige inzet.

Praktische invulling leefbaarheidscriterium
Gemeenten categoriseren handhavingstaken niet altijd op een vergelijkbare manier. Ook is er sprake van een verbreding van het takenpakket van boa’s. Een concretisering van het (landelijke en lokale) leefbaarheidscriterium is nodig om duidelijk te maken wat de relatie is tussen de definitie van taken, de gekozen handhavingsinzet, en de te bieden uitrusting.
De introductie van de korte wapenstok vereist verder een expliciet werving- en selectiebeleid op gemeentelijk niveau. Daarnaast is een helder stelsel van eisen nodig voor het professionaliseringstraject van handhavingsteams. En er zijn bepaalde minimumeisen nodig voor het dragen van de korte wapenstok. Extra aandacht dient tot slot te worden besteed aan de bekendheid onder betrokken partijen met de meer juridische aspecten, zowel op het gebied van aansprakelijkheid van boa’s als van werkgevers.

Lees het volledige rapport.

Deel dit artikel via: