Gezichtsherkenning ingezet om dementerenden binnen te houden

Steeds meer verpleeghuizen maken gebruik van gezichtsherkenningstechnologie om de bewegingsvrijheid van bewoners met dementie te reguleren, meldt de NOS. Dit stelt hen in staat om bewoners die niet zelfstandig naar buiten kunnen voor hun eigen veiligheid binnen te houden, terwijl anderen vrij in en uit kunnen lopen.
Volgens Renco van Leeuwen van zorgorganisatie Amarijn maakt gezichtsherkenning het mogelijk om deuren open te houden zonder de veiligheid van kwetsbare bewoners in gevaar te brengen. “Normaal zouden we de deuren voor iedereen gesloten moeten houden,” legt hij uit. “Nu blijven ze alleen dicht voor bewoners die niet naar buiten mogen.”
Er wordt gebruik gemaakt van camera’s van MOBOTIX en het AI-softwareplatform Vaidio van VAIBS. Eerder werden polsbandjes en sloffen met sensoren gebruikt, maar die methode bleek niet waterdicht. “Sommige cliënten deden hun polsbandje af of trokken hun sloffen uit en liepen alsnog naar buiten”, zegt Van Leeuwen. “Je gezicht kun je niet afdoen.”
De invloed van de Wet zorg en dwang
De keuze voor gezichtsherkenning hangt samen met de Wet zorg en dwang (Wzd), die sinds 2020 verplicht stelt dat zorginstellingen bewoners niet zomaar mogen opsluiten. De standaard moet zijn dat deuren open blijven. Als een bewoner toch binnengehouden moet worden, is toestemming van een wettelijk vertegenwoordiger vereist. Steeds meer zorgorganisaties zetten deze technologie in. Zorggroep Saffier in Den Haag gebruikt het sinds begin 2023 en in februari volgde zorgorganisatie Sensire in het Gelderse Twello.
Tijdrovend proces
Toch roept de maatregel vragen op. Johan van der Leeuw, deskundige op het gebied van technologie voor ouderen bij onderzoeksorganisatie Vilans, wijst op de tijdsinvestering. “Elke zes maanden moet opnieuw beoordeeld worden of de maatregel nog nodig is”, zegt hij. “Dat vraagt veel van zorginstellingen.”
Brenda Frederiks, specialist op het gebied van gezondheidszorg en mensenrechten aan het Amsterdam UMC, benadrukt dat bewoners de maatregel bewust kunnen ervaren. “Ze zien dat zij niet naar buiten mogen, terwijl hun buurman dat wel mag”, zegt ze. “Als een bewoner zich verzet, moet onderzocht worden of er alternatieven zijn. Alleen als er geen andere optie is, mag de maatregel blijven gelden.”
Ethische vragen
Volgens ethicus Alistair Niemeijer van de Universiteit voor Humanistiek roept gezichtsherkenning een fundamenteel probleem op. “De wet stelt dat verzet een cruciale factor is. Maar hoe kan iemand zich verzetten tegen iets wat onzichtbaar is?”, vraagt hij zich af. Toch begrijpt hij waarom zorginstellingen deze weg inslaan. “Polsbandjes kunnen stigmatiserend zijn. Bovendien kunnen ze bij sommige bewoners nare herinneringen oproepen, zoals bij mensen met een kampverleden.”
Voor Johan Daane is het duidelijk: als zijn moeder met nu nog lichte dementie in de toekomst meer zorg nodig heeft, geeft hij toestemming voor gezichtsherkenning. “Voor mij is veiligheid belangrijker dan bewegingsvrijheid”, zegt hij. “Als haar dementie verergert en er vrijheidsbeperkende maatregelen nodig zijn, dan is dat maar zo.”








































































































