Goederentreinen lekken vaker gevaarlijke stoffen

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) vraagt extra aandacht voor schoon en veilig vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, nu het aantal meldingen van zogenoemde druppellekkages sterk is toegenomen. Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen mogen zich aan de buitenzijde van reservoirwagens of tankcontainers geen resten bevinden van de stof die wordt vervoerd. Toch blijkt in de praktijk dat steeds vaker kleine hoeveelheden vloeistof aan de buitenkant van tanks worden aangetroffen. Deze druppels bevatten regelmatig milieugevaarlijke stoffen en kunnen een risico vormen voor mens en omgeving, zeker wanneer zij zich gedurende een lange rit opstapelen tot grotere volumes.
De cijfers laten een duidelijke stijgende lijn zien. In 2023 constateerde de ILT 26 lekkages, in 2024 waren dat er 52 en in 2025 steeg het aantal naar ruim 400. Ook het aantal meldingen van lekkages bij tankwagons nam fors toe, van 57 in 2023 naar 506 in 2025. Een eenduidige verklaring voor deze toename is er niet. Volgens de ILT kan het meespelen dat er intensiever wordt gecontroleerd sinds de stijging zichtbaar werd, maar ook technische mankementen en tekortschietende procedures bij bedrijven spelen een rol.
Risico’s
De inspectie ziet in de praktijk dat lekkages vaak worden veroorzaakt door defecte onderdelen zoals zijafsluiters, bodemafsluiters, mangaten en dampretoursystemen. Daarnaast kan het gaan om resten die tijdens het laden en lossen achterblijven op de wagon. Beide situaties zijn in strijd met de regels en brengen risico’s met zich mee. Het Reglement voor het internationaal spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen, het RID, schrijft voor dat na laden en lossen moet worden vastgesteld dat afsluiters daadwerkelijk gesloten zijn. Een uitsluitend visuele controle is daarbij onvoldoende. Terminals moeten hiervoor procedures hanteren die aansluiten op de voorschriften uit het RID.
Verbetering
Om de problematiek structureel aan te pakken is de ILT in 2025 gestart met het project ‘Laden en Lossen’. Met dit project wordt ingezet op verbetering aan de voorkant van het proces, zodat druppellekkages zoveel mogelijk worden voorkomen. De afgelopen maanden zijn gesprekken gevoerd met veiligheidsdiensten, de branchevereniging van tankopslagbedrijven en de chemische industrie. Ook is op de werkvloer meegekeken bij het daadwerkelijke laden en lossen en zijn de bevindingen gedeeld met de betrokken partijen.
Flink aantal liters
Volgens Arjan Grob, coördinator gevaarlijke stoffen spoor bij de ILT, lijken veel lekkages op het eerste gezicht onschuldig. “Het gaat vaak om relatief kleine hoeveelheden vloeistof die tijdens rangeren, stilstaan of rijden uit wagons lekken. Wat begint met een paar druppels, kan echter eindigen in een kostbaar saneringsproject of langdurige milieu-impact.” Hoeveel er precies vrijkomt, verschilt per situatie en hangt onder meer af van de eigenschappen van de stof en de duur van het transport. Duidelijk is wel dat het in sommige gevallen om een flink aantal liters kan gaan.
Uit de cijfers blijkt dat stookolie in 2025 met 146 gevallen de meest gelekte stof was. Ook ethanol, methanol en brandstof voor straalvliegtuigen kwamen vaak voor. In ruim honderd gevallen ging het om vloeistoffen die vallen onder de categorie ‘milieugevaarlijke stof’. In de statistieken zijn ook lekkages bij tankcontainers meegenomen die niet op wielen staan.
Afname verwacht
De ILT verwacht dat het aantal meldingen de komende periode zal afnemen door de extra aandacht die via het project ‘Laden en Lossen’ wordt gegenereerd. De sector is nadrukkelijk gewezen op de geldende regels en weet dat de inspectie hier scherp op toeziet. Daarbij houdt de ILT bij toezicht en eventuele handhaving oog voor het doel van de regelgeving, de inschatting van risico’s en de proportionaliteit. Tegelijkertijd benadrukt Grob dat het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor van groot belang is voor de Nederlandse economie. Dagelijks worden brandstoffen, chemische producten en industriële grondstoffen vervoerd over een spoorwegnet dat vaak door dichtbevolkte gebieden loopt. Dat maakt zorgvuldig handelen en naleving van de regels extra belangrijk.
Internationale regelgeving
Dat toezicht noodzakelijk blijft, bleek onder meer bij een controle in november op een spooremplacement in Rotterdam. Daar moest de ILT acht van de zestien reservoirwagens met brandstof voor straalvliegtuigen terugsturen naar het tankopslagbedrijf, omdat er lekkages waren vastgesteld. In meerdere gevallen bleken pakkingen ongeschikt of te groot, waardoor afsluitingen niet goed functioneerden. Met het betrokken bedrijf zijn afspraken gemaakt om herhaling te voorkomen.
Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor is omgeven met uitgebreide internationale regelgeving. Een zichtbaar voorbeeld daarvan zijn de oranje gevaarborden op ketelwagens, waarmee hulpdiensten direct kunnen zien welke stof wordt vervoerd en welke risico’s daarbij horen. De recente cijfers onderstrepen echter dat naleving van die regels en zorgvuldigheid in de praktijk voortdurend aandacht blijven vragen om de veiligheid van mens en milieu te waarborgen.






































































































