Grootste zorgen over nationale veiligheid

Inwoners van Nederland maken zich de meeste zorgen over spanningen tussen bevolkingsgroepen, cyberdreigingen en het stoppen van vitale processen. Dat en meer blijkt uit de nieuwste Risico- en Crisisbarometer (RCB), het publieksonderzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Bij het stoppen van vitale processen gaat het bijvoorbeeld om langdurig geen elektriciteit, geen gas of geen internet. Ook zijn de zorgen over extreem weer gestegen ten opzichte van het voorjaar van 2023. Dreigingen voor de nationale veiligheid die als meest waarschijnlijk worden gezien zijn cyberdreigingen (74%) en georganiseerde criminaliteit (72%).

Bedreigend voor de nationale veiligheid
De najaarsmeting in 2023 is de veertiende meting van de Risico- en Crisisbarometer (RCB). Het onderzoek is uitgevoerd tussen 25 augustus en 11 september 2023. De dataverzameling vond dus plaats vóór het opgelaaide conflict tussen Israël en Palestina. Om inzicht te krijgen in wat Nederlanders als bedreigend ervaren voor de nationale veiligheid beantwoordden deelnemers vragen over 17 mogelijke gebeurtenissen. Hierbij geven ze aan wat ze denken dat de kans is dat een gebeurtenis voorkomt, hoe ernstig ze die gebeurtenis inschatten en hoeveel zorgen ze zich erover maken – in het algemeen en voor zichzelf en naasten.

Stoppen van vitale processen
Als het gaat om dreigingen voor de nationale veiligheid maken inwoners van Nederland zich de meeste zorgen over spanningen tussen bevolkingsgroepen (47%), cyberdreigingen (46%) en het stoppen van vitale processen (43%). Wanneer het zich voor zou doen, wordt het stoppen van vitale processen – zoals onder andere langdurig geen elektriciteit, geen gas of geen internet – als het meest ernstig gezien: tweederde (67%) ziet dit als catastrofaal of zeer ernstig. Eenzelfde beeld qua ingeschatte ernst geldt voor een stralingsongeval (64%). Inwoners schatten cyberdreigingen (74%) en georganiseerde criminaliteit (72%) in als het meest waarschijnlijk (zeer waarschijnlijk + waarschijnlijk).

Vaker zorgen over extreem weer
Voor extreem weer schat een groter deel van de inwoners de waarschijnlijkheid (65% versus 61% (zeer) waarschijnlijk) en de ernst (26% versus 19% zeer ernstig/catastrofaal) hoger in ten opzichte van de vorige meting. Ook maakt een groter deel zich zorgen over extreem weer (36% versus 29%). Daarnaast heeft een groter deel hierover meer informatie opgezocht, in vergelijking tot de voorjaarsmeting 2023 (35% versus 26%). Ook ten opzichte van de meting in het najaar van 2022 zijn deze zorgen toegenomen.

De rol van de overheid
Het vertrouwen in de overheid blijft gelijk in vergelijking met het voorjaar van 2023: 47% heeft geen of weinig vertrouwen, 14% heeft (heel) veel vertrouwen in de overheid. Over het algemeen vinden Nederlanders het lastig om in te schatten of de overheid voldoende doet om risico’s en dreigingen te voorkomen. Van de inwoners vindt meer dan de helft (59%) dat de overheid te weinig doet om spanningen tussen bevolkingsgroepen te voorkomen. Voor overstromingen vindt 53% dat de overheid genoeg doet. Een kwart (24%) van de inwoners heeft weinig tot helemaal geen vertrouwen in de informatievoorziening van de overheid. Een iets groter deel, vier op de tien, heeft niet veel, maar ook niet weinig vertrouwen. Drie op de tien hebben (heel) veel vertrouwen.
Een groter deel van de mensen geeft aan geen informatie op te hebben gezocht over risico’s en dreigingen (26% versus 17%). Er is met name een daling te zien voor infectieziekten (33% versus 43%) en geopolitieke dreigingen (23% versus 26%).

De RCB wordt twee keer per jaar uitgevoerd door onderzoeksbureau I&O research in opdracht van de NCTV. Het onderzoek bestaat uit een online kwantitatief gedeelte onder 5.037 Nederlanders van 18 jaar en ouder. De uitkomsten worden gebruikt voor planvorming en de voorbereiding op risico- en crisiscommunicatie. In het voorjaar van 2024 wordt het onderzoek opnieuw uitgevoerd.

Deel dit artikel via: