Helft explosies niet gerelateerd aan crimineel milieu

Niet alle explosies in de regio Rijnmond zijn het gevolg van onderlinge afrekeningen in het criminele milieu. Volgens politiechef Tolga Koklu, sinds 1 september aan het hoofd van de eenheid Rotterdam-Rijnmond, heeft ongeveer de helft van de incidenten een andere achtergrond. Dat zegt hij in een interview met omroep Rijnmond.
Volgens Koklu vloeien veel explosies voort uit conflicten in de privésfeer. Het kan daarbij gaan om persoonlijke ruzies, jaloezie of relationele kwesties. Dergelijke conflicten zijn niet nieuw, benadrukt de politiechef. Wat wél nieuw is, is het toenemende gebruik van zwaar illegaal vuurwerk, zoals cobra’s, om deze geschillen uit te vechten.
Sinds zijn aantreden wordt Koklu vrijwel dagelijks geconfronteerd met explosies in de regio. In 2024 werden tot en met november 252 ontploffingen geregistreerd in Rijnmond. In dezelfde periode dit jaar staat de teller op 223. De incidenten vinden regelmatig plaats in woonwijken en raken volgens de politiechef direct aan het veiligheidsgevoel van bewoners. Slachtoffers blijven vaak met de vraag achter waarom juist hun woning of pand doelwit is geworden.
Loodgieter
Een spraakmakend voorbeeld zijn de herhaalde explosies bij panden van loodgieter Ron van Uffelen, waarbij de onrust zelfs na zijn overlijden aanhield. Recent zorgden ook meerdere explosies bij een school in Hoogvliet voor grote onrust. Koklu noemt dat bijzonder zorgelijk. “Een school moet een veilige plek zijn, zeker voor jonge mensen.”
De politiechef maakt onderscheid tussen de uitvoerders en de opdrachtgevers van de explosies. De daders die het vuurwerk plaatsen, zijn volgens hem vaak jonge jongens die voor een relatief klein bedrag worden ingezet. Zij worden veelal via sociale media, zoals Snapchat, benaderd door tussenpersonen. Wie de daadwerkelijke opdrachtgever is, weten zij vaak niet of durven zij uit angst niet te zeggen.
Wegwerpartikelen
Hoewel veel van deze uitvoerders worden aangehouden en veroordeeld, blijven de aanstichters van het geweld nog te vaak buiten beeld. Koklu spreekt in dat verband van ‘wegwerpartikelen’ die worden misbruikt. Tegelijkertijd stelt hij dat de politie de opdrachtgevers steeds beter in zicht krijgt.
Tot slot vraagt Koklu aandacht voor de eenvoudige beschikbaarheid van levensgevaarlijke cobra’s. Hoewel de verkoop aan consumenten in Nederland verboden is, zijn deze explosieven in andere Europese landen, zoals Polen, eenvoudig te verkrijgen en per post te bestellen. Volgens de politiechef is daarom strengere regelgeving op Europees niveau noodzakelijk om het probleem effectief aan te pakken.







































































































