Informatie-uitwisseling bij rampen kan beter
Nederland is onvoldoende voorbereid op rampen en terroristische aanslagen. De informatie-uitwisseling tijdens een ramp tussen de verschillende betrokken organisaties en bestuurslagen kan beter. Dat meldt het ministerie van Binnenlandse Zaken woensdag naar aanleiding van de crisisoefening Voyager van 3 oktober vorig jaar.
Tijdens de oefening beschikten niet alle bestuurslagen (lokaal, provinciaal en nationaal) en ketens rampenbestrijding en terrorismebestrijding gelijktijdig over dezelfde informatie. Het integraal uitwisselen van informatie vond onvoldoende en niet tijdig plaats. Daardoor hadden de verschillende deelnemers aan de oefening niet hetzelfde beeld van wat er aan de hand was.
De rampenoefening Voyager in Rotterdam was de tweede oefening in Nederland die zo groot van opzet was. De eerste vond onder de naam Bonfire plaats in de Amsterdam Arena in 2005. Gelijk op de avond na afloop van de oefening Voyager constateerden minister Ter Horst en burgemeester Opstelten (Rotterdam) al dat het uitwisselen van informatie beter moet. De evaluatie is uitgevoerd door een samenwerkingsverband van Capgemini, TNO en Berenschot. In de evaluatie is gekeken naar het uitwisselen van informatie, de besluitvorming en sturing en naar de communicatie met media en publiek.
De besluitvorming tijdens de oefening is ten dele positief verlopen. Zo werden er duidelijke prioriteiten gesteld en wist met over het algemeen welk effect een besluit zou hebben. Maar besluiten werden niet altijd duidelijk geformuleerd en waren daardoor voor meerdere uitleg vatbaar. Over de communicatie blijken er voldoende afspraken gemaakt en maatregelen getroffen te zijn om ervoor te zorgen dat alle overheden eenduidig met de bevolking communiceren. De snelheid waarmee informatie voor de media wordt verwerkt en via de media aan het publiek wordt gegeven, kan beter.
In Drenthe wordt woensdag en donderdag een rampenoefening gehouden. De eerste dag is de gemeente Assen aan de beurt, Meppel volgt de dag daarop. Aan de oefening werken vierhonderd vrijwilligers mee. De nadruk ligt op de samenwerking tussen de verschillende gemeenten.







































































































