Jongerenwerkers bezorgd over verhardende straatcultuur

Jongerenwerkers spreken hun zorgen uit over het steeds explosievere geweld binnen hun doelgroep. Het dragen van wapens lijkt onderdeel te zijn geworden van de straatcultuur. En dat gebeurt niet meer alleen in de grote steden. De angst om aangevallen te worden, zorgt voor nog meer wapenbezit.
Dimitri van den Berg, jongerenwerker in een aantal Noord-Hollandse dorpen, roept in het hele land collega’s op om gezamenlijk op te komen tegen het wapenbezit en hier met de jongeren over in gesprek te gaan. Als hij jongeren vraagt waarom zij een mes op zak hebben, is het antwoord vaak dat zij zonder niet meer over straat durven. Ook is het een trend geworden op sommige sociale mediakanalen, waarop geweld wordt verheerlijkt. Dat maakt dat de jongeren het dragen van wapens gewoon gaan vinden.
Drill-rap
De wapens worden ook gebruikt. In maart berichtte de NOS dat het aantal jongeren dat verdacht wordt van betrokkenheid bij een steekincident in de afgelopen jaren is gestegen van 390 in 2017 naar 500 in 2019. Als medeoorzaak wordt de zogenoemde drill-rap genoemd, waarin rappers opscheppen over gewapende gevechten met andere wijken. Helaas blijft dat niet bij rappen alleen. Verschillende rappers zijn inmiddels omgekomen bij gevechten. Ook de slachtoffers van de recente schietpartijen in Amsterdam schijnen uit het milieu te komen. In Hoorn worden nu als tegenmaatregel workshops georganiseerd, waarbij jongeren worden uitgedaagd om positievere teksten te bedenken voor de drill-‘muziek’. Hier worden video’s van gemaakt die online worden gezet.
De jongerenwerkers starten donderdag een campagne op sociale media. Onder de hashtag #NoShank (straattaal voor mes) maken ze een vuist tegen het wapenbezit onder jongeren.







































































































