Jurist pleit voor wettelijke bescherming bij burgerarrest met geweld

Een burger die op heterdaad een verdachte aanhoudt en daarbij noodzakelijk geweld gebruikt, zou zich volgens jurist Vincent Cozijn moeten kunnen beroepen op een wettelijke strafuitsluitingsgrond. In zijn proefschrift over het geweldsmonopolie van de Nederlandse Staat concludeert hij dat de huidige wetgeving op dit punt een opmerkelijke leemte kent. Terwijl politieambtenaren onder voorwaarden wettelijke bescherming genieten wanneer zij geweld gebruiken tijdens hun taakuitoefening, ontbreekt een vergelijkbare regeling voor burgers die rechtmatig een verdachte aanhouden.
Cozijn promoveerde eind mei aan de Vrije Universiteit op een omvangrijk onderzoek naar de wettelijke grondslagen van geweldsbevoegdheid. Voor zijn proefschrift bestudeerde hij ongeveer 350 regelingen en veertien verschillende geweldsinstructies. Zijn onderzoek richt zich nadrukkelijk op de juridische bevoegdheden rond geweld en niet op de beoordeling van concrete politieoptredens.
Volgens de jurist is het geweldsmonopolie van de overheid zorgvuldig geregeld, maar bevat het stelsel ook inconsistenties. Politieagenten mogen alleen geweld toepassen wanneer dat noodzakelijk en proportioneel is. Ieder geweldsincident moet bovendien worden gemeld, waarna een hulpofficier van justitie beoordeelt of het optreden binnen de wettelijke taakuitoefening is gebleven. In 2025 gebruikte de politie in ruim 25.000 gevallen een vorm van geweld, variërend van fysiek vastpakken tot het inzetten van geweldsmiddelen.
Beveiliger
De standaarduitrusting van een reguliere politieagent bestaat uit een wapenstok, pepperspray, een stroomstootwapen en een vuurwapen. Daarbij geldt volgens Cozijn geen vaste wettelijke escalatieladder. Het uitgangspunt is steeds om een situatie met zo min mogelijk geweld onder controle te krijgen.
Juist bij het burgerarrest ziet Cozijn ruimte voor verbetering. Artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering geeft iedere burger de bevoegdheid om iemand op heterdaad aan te houden. Dat geldt bijvoorbeeld voor een beveiliger die een gewelddadige bezoeker vasthoudt of een winkelmedewerker die een winkeldief tegenhoudt. Wanneer daarbij geweld wordt gebruikt, kan die burger later zelf als verdachte worden aangemerkt zonder zich te kunnen beroepen op een specifieke wettelijke bescherming voor rechtmatig handelen.
Meer samenhang nodig
Naast een regeling voor het burgerarrest pleit Cozijn voor één uniforme kaderwet waarin de verschillende geweldsinstructies voor overheidsambtenaren worden samengebracht. Ook vindt hij dat de geweldsinstructie voor gevangenispersoneel niet langer uitsluitend door de minister van Justitie moet worden vastgesteld, omdat wetgeving, uitvoering en toezicht daarmee volgens hem te veel in één hand samenkomen. Een duidelijke wettelijke herziening moet volgens de jurist bijdragen aan meer samenhang en rechtszekerheid binnen het Nederlandse geweldsrecht.












































































































