Kabinet: Centraal toezicht op staatsgeheimen onvoldoende

Het kabinet erkent dat de beveiliging van Nederlandse staatsgeheimen tekortschiet en dat in het huidige dreigingsbeeld dringend verbetering nodig is. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer. Hoewel meer middelen en betere voorzieningen nodig zijn, ligt de nadruk volgens het kabinet ook op het vergroten van bewustzijn rond het belang van goede beveiliging.
Er wordt gewerkt aan een meerjarig traject om rijksbreed veilige werkomstandigheden te creëren voor het omgaan met staatsgeheimen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken ontwikkelt in 2025 en 2026 een ondersteuningsprogramma om dit bewustzijn verder te versterken.
De huidige wettelijke kaders voor omgang met gerubriceerde informatie blijken beperkt. De Wet bescherming staatsgeheimen maakt het bijvoorbeeld mogelijk om verboden gebieden aan te wijzen. Daarnaast geldt binnen de Rijksoverheid het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie (VIRBI) 2013. Internationale afspraken over de omgang met gevoelige informatie zijn vastgelegd in verdragen, waarin ook de rol van National Security Authorities (NSA’s) is omschreven. Intussen werkt het kabinet aan een opvolger van het VIRBI.
Elke minister blijft eindverantwoordelijk voor de bedrijfsvoering binnen het eigen ministerie. De secretaris-generaal (SG) is op basis van het VIRBI 2013 belast met accreditatie voor het omgaan met staatsgeheimen. Volgens het kabinet is het daarom niet wenselijk om de accreditatie centraal te beleggen.
Wel onderzoekt het kabinet of het mogelijk is om een entiteit aan te wijzen die vooraf goedkeuring moet geven voordat een SG accreditatie verleent voor het verwerken van nationaal gerubriceerde informatie. Over dat voorstel wordt nog verder nagedacht.







































































































