Kabinet versoepelt handhaving schijnzelfstandigheid

Het demissionaire kabinet neemt meer tijd voor de aanpak van schijnzelfstandigheid en heeft de scherpste randen van het handhavingsbeleid afgehaald. Na een oproep van de Tweede Kamer krijgen ondernemers voorlopig meer ruimte voordat de Belastingdienst weer streng optreedt tegen het onterecht inzetten van zzp’ers. Dat blijkt uit een Kamerbrief van staatssecretaris Heijnen van Financiën, verantwoordelijk voor de Belastingdienst.
De Belastingdienst handhaafde jarenlang niet actief bij bedrijven die zelfstandigen inzetten voor werkzaamheden die feitelijk in loondienst thuishoren. Deze zogenoemde schijnzelfstandigen voldoen niet aan de criteria voor zelfstandig ondernemerschap, bijvoorbeeld omdat zij onvoldoende vrijheid hebben in de uitvoering van hun werk. Voor werkgevers levert dit financiële voordelen op, omdat zij geen loonbelasting en werkgeverspremies hoeven af te dragen. Het kabinet was voornemens om vanaf januari weer volledig te handhaven, inclusief het opleggen van boetes. In 2025 gold nog een zogenoemde ‘zachte landing’, waarbij wel naheffingen konden worden opgelegd, maar geen boetes.
Personeelstekorten
Een Kamermeerderheid zette daar echter vraagtekens bij, mede uit zorgen over personeelstekorten in sectoren als de zorg. Zolang wet- en regelgeving rond zelfstandigheid volgens de Kamer onvoldoende duidelijk is, zou strikte handhaving ongewenst zijn. Op de laatste vergaderdag voor het kerstreces werd daarom aangedrongen op een aangepaste koers, gesteund door onder meer VVD en BBB.
De Kamer riep het kabinet op om de zachte landing met drie maanden te verlengen en voorlopig alleen in te grijpen bij bedrijven die bewust misbruik maken van schijnzelfstandigheid. Daarbij ligt de nadruk op het opleggen van vergrijpboetes aan kwaadwillenden, terwijl ondernemers die onbewust fouten maken zoveel mogelijk ontzien moeten worden. Ook werd gevraagd de handhaving te richten op sectoren waar structureel misbruik wordt vermoed.
Vanaf 2027 verzuimboetes
Het kabinet komt deze wensen deels tegemoet. Heijnen meldt dat de Belastingdienst pas vanaf 2027 ook verzuimboetes zal opleggen. In 2026 wordt ingezet op handhaving via bedrijfsbezoeken in plaats van geldstraffen. Een volledige verlenging van de zachte landing, ook al is die beperkt tot drie maanden, gaat de staatssecretaris echter te ver. Volgens hem zou dit een verkeerd signaal afgeven aan partijen die zich wel aan de regels houden.
Heijnen benadrukt dat na jaren van stilstand op het dossier juist nu voortgang nodig is. Het kabinet wil het ingezette momentum vasthouden en samen met de markt werken aan een structurele oplossing, waarbij misbruik wordt aangepakt zonder ondernemers onnodig te belasten.







































































































