Korpschef mocht toestemming voor beveiligingswerkzaamheden weigeren

Een student Beveiliging die bij het ROC in Arnhem stage wilde lopen, kreeg daarvoor van de korpschef geen toestemming. Dit vanwege eerdere veroordelingen. Deze waren volgens de student inmiddels verjaard, wat voor hem reden was de kwestie voor de rechter te brengen. De rechtbank stelde de student in het gelijk, maar de korpschef ging in hoger beroep. Mede omdat de student kort geleden opnieuw werd veroordeeld. De Raad van State koos alsnog de kant van de korpschef.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde op 27 november 2024 in een geschil tussen de korpschef van politie en de beveiligingsstagiair. De zaak draaide om de vraag of de korpschef terecht de toestemming had geweigerd voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden door wederpartij, vanwege twijfel aan zijn betrouwbaarheid.
De korpschef weigerde in april 2023 toestemming te geven op basis van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). De reden was dat wederpartij eerder veroordeeld was voor bedreiging, smaad en openlijke geweldpleging. Volgens de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties geldt een terugkijktermijn van vier jaar voor veroordelingen. Ondanks positieve ontwikkelingen sinds de veroordelingen, besloot de korpschef de termijn niet te verkorten.
Onevenredig
De rechtbank Gelderland oordeelde in oktober 2024 dat de weigering onevenredig was. De rechtbank wees op de geringe kans op recidive en de negatieve gevolgen voor wederpartij, zoals studievertraging, en vernietigde het besluit van de korpschef.
De voorzieningenrechter heeft nu in hoger beroep de beslissing van de rechtbank vernietigd en geoordeeld dat de korpschef terecht handelde. Belangrijk hierbij was dat wederpartij slechts kort geleden nog bij een verdachte situatie betrokken was en dat er onvoldoende tijd was verstreken sinds zijn veroordelingen om betrouwbaarheid aan te nemen.
De rechter benadrukte dat de Wpbr dwingendrechtelijk is: de korpschef moet toestemming weigeren als de betrouwbaarheid in twijfel staat. Ook persoonlijke omstandigheden, zoals studievertraging, zijn niet relevant bij de beoordeling van betrouwbaarheid.
Het hoger beroep van de korpschef is gegrond. Het besluit om toestemming te weigeren blijft staan, en wederpartij mag geen beveiligingswerkzaamheden uitvoeren.






































































































