Landmacht zoekt 1200 dronespecialisten

De Koninklijke Landmacht zet vol in op de inzet van drones en is actief op zoek naar circa 1200 nieuwe specialisten. Daarmee speelt Defensie in op de snel veranderende realiteit van moderne oorlogsvoering, waarin onbemande systemen een steeds dominantere rol spelen. De urgentie wordt onderstreept door de ervaringen uit de oorlog in Oekraïne, waar drones verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de verliezen op het slagveld.
Tijdens een speciale bijeenkomst op de kazerne in Oirschot benadrukte generaal Joland Dubbeldam hoe ingrijpend de impact van drones is. Volgens hem zijn drone-operators weliswaar in de minderheid, maar verantwoordelijk voor het merendeel van de schade aan vijandelijke troepen. Daarmee verandert niet alleen de tactiek, maar ook het profiel van de militair. Defensie richt zich nadrukkelijk op kandidaten met sterke oog-handcoördinatie, waarbij ervaring met gamen als een waardevolle basis wordt gezien.
Tegelijkertijd waarschuwt Defensie dat de realiteit van het slagveld niets met een spel te maken heeft. De beelden uit conflictgebieden tonen de verwoestende impact van aanvalsdrones en de constante dreiging die zij vormen voor militairen. Om hierop voorbereid te zijn, worden drones en antidrone-maatregelen standaard geïntegreerd in alle eenheden.
Noodzakelijk
Dat deze aanpak noodzakelijk is, bleek onder meer tijdens een grootschalige oefening in Estland, waar een conventionele eenheid zonder adequate bescherming kansloos bleek tegen een kleine groep drone-operators. Ook tijdens de oefening Fighter Lion op het militaire terrein bij Bergen wordt intensief getraind met deze technologie.
Binnen de NAVO wil Nederland vooroplopen in de integratie van drones. Daarbij speelt ook de nationale industrie een belangrijke rol, aangezien de technologische ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgen. Volgens Defensie moet Nederland binnen twee jaar volledig operationeel zijn op dit vlak.
Binnen de NAVO maken militairen al decennia gebruik van dronetechnologie. Toch is die nergens zó in het gevecht verweven als op het slagveld in Oekraïne. Onbemenste systemen kregen hier definitief een bepalende plek in het militair optreden.
Drones hebben invloed op alle aspecten en dimensies van de strijd. De krijgsmacht moet volgens Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim daarom alle facetten beheersen. “We moeten ons tegen drones kunnen verdedigen, maar ze ook zelf op alle mogelijke manieren inzetten. En daarbij de razendsnelle innovatiecyclus in de vingers krijgen.”
Mobiel innovatie-element
Daar zet de krijgsmacht dan ook vol op in. Met speciale camouflage- en computerondersteunde richtmiddelen voor de individuele soldaat. Verder met verkennings- en aanvalsdrones voor een groep en grotere verbanden. Eenheden op bataljonsniveau krijgen de beschikking over een mobiel innovatie-element dat mee kan naar het front. Hiermee werken technici met gebruikers doorlopend aan het verbeteren van drones.
Want ook dat maakt de oorlog in Oekraïne duidelijk: de dronestrijd wordt voor een belangrijk deel achter de frontlinie uitgevochten. In het samenspel van militairen en innovatieve bedrijven die dichter dan ooit op de strijd zitten. “Degene met de snelste innovatiecyclus heeft de overhand”, aldus Eichelsheim. Defensie werkt dan ook nauw samen met Nederlandse bedrijven en kennisorganisaties als TNO.





































































































