Maakindustrie angstig voor lek bedrijfskennis
In het westen van Nederland ziet 28 procent van de bedrijven het lekken van bedrijfskennis naar de concurrent als grootste beveiligingsrisico. Hiermee is het de enige regio die dit als belangrijkste risico ziet.
Dit blijkt uit onderzoek van Securitas onder 821 respondenten uit de sector Industry & Manufacturing. De Nationale Veiligheidsbarometer van Securitas wordt meerdere keren per jaar uitgevoerd.
Terwijl bedrijven in de maakindustrie landelijk gezien het meest bang zijn voor sabotage van het productieproces, ziet het westen van Nederland het lekken van bedrijfsinformatie juist als grootste risico. In de andere regio’s staat dit op de tweede of derde plaats. Cor Stolk, verantwoordelijk voor Industry & Manufacturing Solutions bij Securitas: “Het westen van Nederland lijkt binnen de maakindustrie een vreemde eend in de bijt. Ze hebben niet alleen een andere inschatting van het beveiligingsrisico, ze vinden hun bedrijf (met 29 procent) ook opvallend kwetsbaarder voor beveiligingsincidenten dan de rest van Nederland. In het oosten is dit percentage bijvoorbeeld 17 procent.”
In het midden van Nederland zet slechts 15 procent het topmanagement in om draagkracht voor het beveiligingsbeleid te vergroten. In de rest van Nederland is dit percentage bijna 10 procent hoger. Cor Stolk meent dat het topmanagement van bedrijven juist heel goed ingezet kan worden voor het verhogen van de betrokkenheid bij het beveiligingsbeleid. “Leidinggevenden hebben een voortrekkersrol. Wanneer zij hun commitment niet regelmatig uitspreken, of vertalen in het bedrijfsbeleid, zal de rest van het bedrijf ook niet volgen. Op deze manier blijft beveiliging een ondergeschoven kindje”, meent Stolk. 35 procent van de Nederlandse bedrijven in deze branche doet zelfs helemaal niets om de draagkracht en het commitment voor het beveiligingsbeleid te vergroten. Dit is in alle regio’s van het land ongeveer gelijk.
Het midden en oosten van Nederland geven, met respectievelijk 18 en 13 procent, de minste follow-up aan incidenten. “Dit percentage lijkt misschien niet hoog, maar niets is minder waar. Gebrek aan opvolging betekent dat je geen maatregelen treft om herhaling te voorkomen, als kwaadwillende dat eenmaal doorhebben geeft je ze vrijspel”, aldus Stolk.








































































































