ME wil extra wapens tegen relschoppers

De rellen in Den Haag afgelopen zaterdag, waarbij mobiele eenheid (ME) en pers doelwit waren van grootschalig en doelgericht geweld, hebben opnieuw de discussie aangewakkerd over de uitrusting van politiemensen. Politievakbond ACP en andere vertegenwoordigers pleiten voor invoering van zogenaamde less-lethal middelen — opties die zwaarder zijn dan een wapenstok maar minder dodelijk dan een vuurwapen — om agenten meer mogelijkheden te geven in levensbedreigende situaties.
Volgens ACP-woordvoerder Patrick Fluyt stonden ME-collega’s op een kantelpunt. “Onze collega’s hadden soms maar tachtig centimeter ruimte, dat is de lengte van een wapenstok”, zei hij tegen De Telegraaf. “In zo’n krappe cirkel kun je niets meer. Dan blijft er alleen het pistool over. Dat heeft bij wijze van spreken een haar gescheeld.” Fluyt noemt voorbeelden van mogelijke alternatieven: luchtdrukwapens die een pijnprikkel geven of kleurprojectielen waarmee een dader op afstand is te markeren en later op te pakken. Het doel is volgens hem de-escalatie en het voorkomen dat agenten hun dienstwapen moeten inzetten.
Politievakbonden benadrukken dat de verzoeken om uitbreiding van het wapenarsenaal gepaard moeten gaan met strikte regels en training. Minder-dodelijke opties bieden volgens voorstanders een alternatief waarmee levensgevaarlijke escalatie kan worden voorkomen, maar kritiek wijst op het risico van verkeerd gebruik en de noodzaak van juridische kaders.
Excessief geweld
De rellen troffen niet alleen de politie. Zeker zes journalisten raakten gewond, er waren vernielingen aan panden — onder meer werden ruiten van een partijkantoor van D66 ingegooid — en 37 relschoppers werden aangehouden. Bondsvrouw Nine Kooiman van de Nederlandse Politiebond sprak van “excessief geweld” en zei dat agenten supportersgroepen herkenden in de menigte. “Dit ging om meer dan duizend georganiseerde relschoppers,” aldus Kooiman, die ook waarschuwt voor doxing: agenten werden gefotografeerd en die beelden verschenen online met oproepen om hen te identificeren.
De politie onderzoekt de mate van organisatie achter de aanval; telefoons en appgroepen worden uitgelezen. Als blijkt dat relschoppers vooraf afspraken maakten, kan sprake zijn van georganiseerde criminaliteit, stelt Fluyt.
Het kabinet, de korpsleiding en vakbonden zullen de kwestie van uitrusting en procedures de komende weken moeten bespreken. Vooralsnog blijft de balans zoeken tussen de bescherming van agenten, het voorkomen van onnodig geweld en het waarborgen van rechtsstatelijke grenzen. De nasleep van de rellen zal zich niet alleen op straat afspelen, maar ook in beleidskamers en rechtbanken.






































































































