Meer doorverwijzingen naar Bureau Halt

Het aantal minderjarigen dat na een overtreding of misdrijf wordt doorverwezen naar Halt is in het afgelopen jaar opnieuw toegenomen. Dat blijkt uit cijfers die het NOS Jeugdjournaal heeft opgevraagd. In 2025 ging het om ongeveer 11.500 kinderen, een stijging ten opzichte van voorgaande jaren. In 2024 werden nog 11.098 jongeren aangemeld en in 2022 en 2023 lag dat aantal rond de 10.000.
Volgens Halt betekent de stijging niet automatisch dat de jeugdcriminaliteit toeneemt. In circa 45 procent van de gevallen ging het om een misdrijf, zoals winkeldiefstal of het afsteken van professioneel vuurwerk. De overige doorverwijzingen hadden betrekking op overtredingen, waaronder spijbelen of overlast in het openbaar vervoer. De toename hangt mede samen met keuzes die politie en justitie maken in capaciteit en prioritering. Daardoor worden jongeren sneller naar Halt gestuurd als alternatief voor het strafrecht.
Denken over de gevolgen
Een Halt-traject is bedoeld om jongeren tussen de 12 en 18 jaar te confronteren met hun gedrag en herhaling te voorkomen, zonder dat zij een strafblad krijgen. De nadruk ligt op leeropdrachten en herstel richting het slachtoffer, bijvoorbeeld door excuses aan te bieden. Volgens Halt-directievoerder Nanet Janssen stimuleert deze aanpak jongeren om na te denken over de gevolgen van hun handelen, in plaats van enkel een straf te ondergaan.
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de meeste jongeren die bij Halt terechtkomen rond de vijftien jaar oud zijn en dat het voornamelijk om jongens gaat. Hoewel een deel van de jongeren na afronding opnieuw de fout ingaat, is het recidivepercentage lager dan bij jongeren die niet starten met het traject of voortijdig afhaken.
Binnen het veiligheidsdomein wordt Halt gezien als een belangrijk preventief instrument. Door vroegtijdig in te grijpen bij lichte delicten en overtredingen hopen gemeenten, politie en justitie zwaardere criminaliteit op latere leeftijd te voorkomen. De recente cijfers onderstrepen dat deze aanpak nog altijd intensief wordt ingezet.









































































































