Meer duidelijkheid over inzet zzp’ers

Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) is vorige week in een aangepaste vorm naar de Tweede Kamer gestuurd. Demissionair minister Van Hijum van Sociale Zaken wil met dit wetsvoorstel duidelijkheid scheppen over de inzet van zelfstandigen, met name in sectoren waar schijnzelfstandigheid regelmatig voorkomt. De wet zal na de zomer worden behandeld en moet op 1 juli 2026 in werking treden. Voorwaarde is wel dat Vbar de voorkeur krijgt boven de alternatieve Zelfstandigenwet, die wordt gesteund door brancheorganisatie VVNL.
De kern van Vbar draait om twee pijlers: verduidelijking en rechtsvermoeden. Het wetsvoorstel vertaalt bestaande rechtspraak naar wetstekst en stelt criteria vast om te bepalen of iemand als werknemer of zelfstandig ondernemer moet worden beschouwd. Een belangrijk criterium daarbij is de ‘gezagsverhouding’. Als iemand instructies moet opvolgen, werkt voor langere tijd bij één opdrachtgever of minder dan 36 euro per uur verdient, dan is er volgens de wet mogelijk sprake van een dienstverband. Dit laatste aspect — het rechtsvermoeden — houdt in dat bij een laag uurtarief de opdrachtgever moet bewijzen dat de zzp’er wél echt ondernemer is.
Schijnzelfstandigheid
Vooral in sectoren zoals zorg, onderwijs en beveiliging is de discussie over schijnzelfstandigheid al jaren actueel. In die laatste sector, waar zelfstandige beveiligers veel worden ingezet voor kortlopende en flexibele opdrachten, ligt het wetsvoorstel gevoelig. VVNL-directeur Leon Vincken waarschuwt voor het over één kam scheren van zelfstandigen. “Er is een groot verschil tussen een zzp’er die bewust kiest voor ondernemerschap en iemand die als werknemer wordt ingezet maar in feite geen zekerheid heeft,” stelt hij. “Dat een beveiliger geen echte zelfstandige zou zijn omdat hij een uniform draagt of opdrachten uitvoert, is een onjuiste interpretatie. Die aanname komt niet uit de wet en ook niet uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad.”
Alternatief
Toch is dat precies waar de Nederlandse Veiligheidsbranche zich bij aansluit. Volgens deze brancheorganisatie bevestigt het wetsvoorstel de sinds 1 januari ingevoerde praktijk waarbij de Belastingdienst zzp’ers in de sector controleert op schijnzelfstandigheid. De organisatie stelt dat het aantrekken van een uniform en het opvolgen van instructies juist wel een gezagsrelatie impliceert — en daarmee een arbeidsovereenkomst.
Voor beveiligers die tussen de wens voor zelfstandigheid en de behoefte aan zekerheid in zitten, biedt VVNL een alternatief: de zogeheten moretime-werknemer. Deze constructie uit de cao Veiligheidsdomein stelt werknemers in staat om meer dan fulltime te werken zonder overwerktoeslagen, maar mét regie over hun rooster. Volgens Vincken kan dit een aantrekkelijk alternatief zijn voor zzp’ers die niet volledig afhankelijk willen zijn van losse opdrachten.
Onvrede
De achtergrond van het wetsvoorstel is de groeiende maatschappelijke onvrede over schijnzelfstandigheid. Zelfstandigen dragen niet altijd bij aan sociale zekerheid, zijn vaak onverzekerd en kunnen goedkoper werken dan werknemers die aan alle wettelijke verplichtingen voldoen. Dit zorgt voor oneerlijke concurrentie en problemen in de bedrijfsvoering van opdrachtgevers. Met Vbar hoopt het kabinet die effecten te beperken, door helderheid te scheppen over wie nu eigenlijk écht ondernemer is.
Naast Vbar ligt ook de Zelfstandigenwet nog op tafel. Die wet richt zich vooral op het vaststellen van criteria voor ondernemerschap. Beide voorstellen zouden elkaar in de praktijk moeten aanvullen, maar het is aan de Kamer om te bepalen welke koers Nederland uiteindelijk kiest.
- Kijk voor meer informatie over werken in loondienst of als zelfstandige in het veiligheidsdomein op Loonwijzer loondienst versus zzp.







































































































