Museum beëindigt bruikleen na veiligheidsscan

De expositie van een Romeins servies in het dorpshuis van Nistelrode duurde slechts vier uur. De Bronsschat van Nistelrode, twintig jaar geleden per toeval gevonden tijdens graafwerkzaamheden voor de aanleg van de A50, wordt beheerd door het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Zaterdag zou het 30-delige servies voor een week even terugkeren naar zijn ’thuisplaats’ in Brabant.
Gebrek aan veiligheid gooide echter roet in het eten. Een kaal dorpshuis met lege vitrines en wat folders is alles wat nog over is van de tentoonstelling, zegt Henk Geurts teleurgesteld tegen Omroep Brabant. Hij is lid van de lokale heemkundekring die jarenlang bezig was met de voorbereidingen om de schat voor een week naar Nistelrode te halen. Afgelopen zaterdag was de opening in het dorpshuis, met genodigden en pers. “Deze locatie ligt op een paar honderd meter van de vindplek”, zegt Geurts.
Tweede veiligheidsscan
Een eerste veiligheidsscan was prima, zegt Geurts. Maar toen hij zaterdagavond, na de opening, op een feestje was, werd hij gebeld door de wethouder. De kunstschat kon niet in het dorpshuis blijven vanwege veiligheidsredenen. Het dorpshuis was donderdag namelijk niet door een tweede veiligheidsscan gekomen. Verantwoordelijk wethouder Marius Tielemans wist dat, maar liet de opening doorgaan zonder de lokale organisatoren in te lichten. Hij wil niet ingaan op vragen waarom hij zo heeft gehandeld. Intussen was de bronsschat al weer onderweg terug naar Leiden. “Ik dacht eerst dat het een grap was. Daarna was ik flabbergasted. Er zijn toen wat stevige woorden gevallen”, zegt Geurts. Hij is boos en teleurgesteld. “We hebben zo lang gewerkt om dit mogelijk te maken. Er zaten hier twee beveiligers in het dorpshuis toen ik zaterdagmiddag afsloot. Die zouden hier dag en nacht blijven, dus ik dacht: het is hier gewoon veilig.”
Uniek
De vondst in 2004 van het servies uit de Romeinse tijd was uniek: nooit eerder werd een bronsschat van zoveel objecten gevonden in Nederland. Veel van de voorwerpen zijn gebruikt bij het bereiden, serveren en drinken van wijn. Ze stammen naar schatting uit de derde eeuw na Christus. De eigenaar heeft het kostbare servies destijds met grote voorzichtigheid begraven, mogelijk om te voorkomen dat het gestolen zou worden.
Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden wil niet zeggen wat er mis was met de veiligheid. “Over veiligheidszaken doen wij geen uitspraken. We vinden het ook heel jammer dat het maar een dag te zien is geweest. Er zijn hier alleen maar verliezers.”
In Nistelrode is een tentoonstelling over de schat, met drie replica’s daarvan. Die blijven daar, maar “dat is natuurlijk niet de echte schat”.








































































































