Nederland blijft zonder schuilkelders: voorbereiding ligt bij burgers

Terwijl Duitsland plannen maakt voor meer schuilkelders vanwege toenemende internationale spanningen, blijft Nederland bij het besluit om geen openbare schuilkelders te onderhouden of nieuwe te bouwen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid bevestigt tegenover de NOS dat er momenteel geen rol is weggelegd voor schuilkelders in de Nederlandse crisisaanpak.
Tijdens de Koude Oorlog waren er door heel Nederland schuilkelders, vaak ingebouwd in metrostations zoals die in Amsterdam en Rotterdam. Deze locaties waren uitgerust met voorzieningen zoals sluizen, sanitair en slaapvertrekken, bedoeld om burgers te beschermen tegen nucleaire dreiging.
Met het afnemen van de oorlogsdreiging in de late jaren ’80 stopte de overheid met de bouw en financiering van deze schuilplaatsen. In 1990 draaide het Rijk de onderhoudsbudgetten definitief dicht. Gemeenten namen 62 locaties over, maar veel daarvan worden nu gebruikt als opslag of serverruimte. Hoeveel van deze schuilkelders nog functioneel zijn, is onbekend. Sommige, zoals de kelder bij metrostation Weesperplein in Amsterdam, worden incidenteel opengesteld voor publiek.
Focus op zelfredzaamheid
In plaats van te investeren in schuilkelders, zet de Nederlandse overheid in op weerbaarheid van burgers. Sinds de Russische inval in Oekraïne wordt actief geadviseerd een noodpakket aan te leggen met water, eten, kaarsen, een radio en contant geld. Dit moet voldoende zijn om 48 tot 72 uur zelfstandig door te komen.
Een recent rapport van de Europese Commissie benadrukt dat zowel overheden als burgers beter voorbereid moeten zijn op crises zoals klimaatrampen en oorlog. Finland dient hierbij als voorbeeld. Dit land is uitstekend voorbereid en zijn bevolking is crisisbewust.
Voorlopig ligt in Nederland de nadruk op zelfredzaamheid, zonder plannen voor nieuwe schuilkelders.







































































































