Nederland niet klaar voor oorlog die al aan de gang is

Nederland is niet of nauwelijks voorbereid op een grote, langdurige crisis als de oorlog in Oekraïne. Dat is de hoofdconclusie van een buitengewoon interessant, door SDVC georganiseerd congres, dat afgelopen week plaatsvond in Zeist. Topsprekers als Rob de Wijk en Hubert Bruls vertelden hoe machtspolitiek sinds het einde van de Koude Oorlog plaats heeft gemaakt voor morele politiek en wat daarvan de gevolgen kunnen zijn.
Voor de nationale veiligheid zijn de westerse landen, waaronder Nederland, in grote mate afhankelijk van de Verenigde Staten. Met de verkiezing van Donald Trump tot nieuwe president, is het echter de vraag of de komende jaren op steun vanuit die richting gerekend kan worden. En dat terwijl de dreiging steeds groter wordt dat het conflict in Oekraïne zich uitbreidt tot de NAVO-lidstaten. De annexering van de Krim door Rusland in 2014 had een ‘wake up call‘ moeten zijn, stelde prof.dr. Rob de Wijk. “Maar het westen heeft hier niet op gereageerd. Daardoor ging Poetin er in 2022 vanuit dat hij zonder slag of stoot de rest van Oekraïne kon innemen”, aldus de directeur van The Hague Centre for Strategic Studies. “Geen gekke gedachte, want de NAVO had bij verschillende andere vredesoperaties al laten zien over niet teveel slagkracht te beschikken. Pas in 2022 zag men de ernst van de dreiging in en werd heel snel besloten om het totaal uitgeklede defensie weer op te tuigen.”

Rusland, China en Iran gaan volgens de hoogleraar de wereld veranderen en dat houd je volgens hem met huidige morele politiek niet tegen. “We zullen weer moeten overschakelen op machtspolitiek, maar het is de vraag of daar maatschappelijk draagvlak voor bestaat. De sancties hebben Rusland in ieder geval niet op de knieën gekregen. Daar heeft het westen vooral zelf last van, zoals de enorm gestegen energieprijzen laten zien.” Er ontstaat volgens De Wijk een nieuw IJzeren Gordijn en de oorlog met wat daarachter zit is al begonnen. Geen traditionele oorlog met tanks, maar wel massale cyberaanvallen, verspreiding van des-informatie en voorbereidingen op het vernietigen van essentiële infrastructuur op zeebodems.
Militair/civiele samenwerking
Secretaris-generaal Maarten Schurink van het ministerie van Defensie beschreef hoe de situatie in Nederland zou worden als Rusland de Baltische Staten (NAVO-landen) binnenvalt. De dertiende brigade van het Nederlandse leger wordt dan gemobiliseerd en er zal onnoemelijk veel oorlogsmateriaal via wegen en spoorwegen getransporteerd moeten worden. Burgers gaan dat ook merken.

“Ons energienet is niet berekend op grootschalige sabotage en onze infrastructuur is niet geschikt voor militaire operaties. Wat gaan we doen als de stroom uitvalt en er geen internet meer is?” Op de vraag wie van de aanwezigen een noodpakket in huis heeft, stak maar een derde de hand op. “En jullie zijn dan nog crisismanagers. Kan je nagaan hoe hoog het percentage onder de rest van de bevolking zal zijn! We moeten ons nu voorbereiden, want als het eenmaal nodig is, is het te laat! Veiligheid is niet langer vanzelfsprekend en defensie kan de veiligheid niet garanderen zonder een goede militair/civiele samenwerking.”
Het is geen vrede meer
Kolonel drs. Michiel Verlinden MCDM ging dieper in op het belang van militair/civiele samenwerking. De dreiging komt volgens de commandant van het Territoriaal Operatie Centrum zeker niet alleen uit Rusland. Ook onder de eigen bevolking is sprake van een radicale onderstroom, verspreiding van des-informatie en een dalend vertrouwen in de overheid.

“Het is geen vrede meer! Defensie bereidt zich continu voor op een oorlog, maar de civiele samenleving zal dat ook moeten doen. Wij kunnen niets zonder goede samenwerking met de Veiligheidsregio’s, beheerders van infrastructuur en havens en gemeenten. Het leger is ingericht om gevechten te voeren, niet om een oorlog te winnen. Dat laatste is een taak voor het landsbestuur.” Verlinden pleitte voor de oprichting van een Landelijk Operationeel Team dat direct in staat is het land te besturen als er ineens een grote en langdurige crisis uitbreekt.
Andere dreigingen
Hubert Bruls, die behalve burgemeester van Nijmegen ook portefeuillehouder Crisisbeheersing van het Veiligheidsraad is, waarschuwde dat we niet alleen met een militaire dreiging te maken hebben. “We hebben ook te maken met digitale ontwrichting, klimaatverandering, risico’s door de energietransitie, maatschappelijk onbehagen en pandemieën. Op een korte crisis, zoals een grote brand, zijn we goed voorbereid. Maar als een crisis lang gaat duren en niet regiogebonden is, hebben we een probleem. We hebben daarom interregionale beleidsteams nodig met voorzitters van vijf aansluitende veiligheidsregio’s en de bevoegdheid om knopen door te hakken. Maar dat wil de overheid niet. Toch hebben we zo’n team opgericht, maar dat moet alles terugkoppelen wat het wil doen. Alsof je daar de tijd voor hebt als het land op zijn gat ligt.”

Bruls wil zich de komende tijd inspannen om burgers en bedrijven bij het veiligheidsbeleid te betrekken. “Ieder heeft ook zijn eigen verantwoordelijkheid als het mis gaat.”
Cyber
Directeur Petra Oldengarm van Cyberveilig NL vertelde dat je twee soorten organisaties hebt. Organisaties de gehackt zijn en organisaties die nog niet weten dat ze gehackt zijn. “We horen veel over cyberincidenten en dat is nog maar het topje van de ijsberg, want bedrijven geven zelden openheid van zaken als ze door een hack of ander cyberincident zijn getroffen. Deden ze dat maar wel, want dan kunnen andere bedrijven daarvan leren en kunnen we gezamenlijk het fenomeen bestrijden.” Oldengarm wees op een aantal zeer grote incidenten, die niet altijd het gevolg zijn van kwade opzet. Zo legde een softwarefout van het bedrijf CrowdStrike dit jaar wereldwijd 8,5 miljoen computers plat, waaronder die van de KLM.

De meerderheid van de incidenten zijn volgens de directeur van Cyberveilig NL te voorkomen als het management over cybersecurity beslist en als in ieder geval de basismaatregelen worden getroffen, zoals het maken van werkende (offline) back-ups en multifactor-toegangsverlening. Zij raadde ook aan om voor standaardsoftware te kiezen, zodat je zeker weet dat veiligheidslekken snel gerepareerd worden. En monitoring mag niet worden vergeten. Vaak zijn hackers al maanden actief op het netwerk, voordat de gebruiker daar iets van merkt. “Verder dienen we heel kritisch te zijn tegenover organisaties die aankoppelen, zoals leveranciers. Hoe hebben die hun cybersecurity geregeld? En tref niet alleen maatregelen, maar test ook of ze werken! En vertrouw vooral niet op awareness-trainingen. Maak het gewoon onmogelijk dat mensen zwakke wachtwoorden kiezen of andere fouten maken!”
Het uitstekend georganiseerde en druk bezochte congres werd afgesloten met een presentatie door de bekende illusionist Victor Mids, die demonstreerde hoe je brein en zintuigen voor de gek gehouden kunnen worden en dat niets is wat het lijkt. Wie dat niet geloofde, werd overtuigd met een wetenschappelijke verklaring achter enkele van de goocheltrucs.










































































































