Nederland slecht voorbereid op extreme regenval

Nederland is onvoldoende voorbereid op de gevolgen van extreme regenval en loopt daarmee steeds grotere veiligheidsrisico’s. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een nieuw rapport over de impact van hevige en langdurige neerslag. Door klimaatverandering komt extreme regen vaker voor en zijn de gevolgen niet langer beperkt tot wateroverlast en materiële schade. Volgens de OVV kan het uitblijven van structurele maatregelen leiden tot levensbedreigende situaties en zelfs maatschappelijke ontwrichting wanneer vitale infrastructuur en essentiële voorzieningen uitvallen.
Uit het onderzoek blijkt dat de kwetsbaarheid van Nederland zich op meerdere manieren manifesteert. Zo veroorzaakten zware regenbuien in december 2023 kortsluiting in een stroomverdeelstation in Nijverdal, waardoor circa 11.000 aansluitingen urenlang zonder elektriciteit zaten. Grondwater drong via een niet-waterdichte kabeldoorvoer de kelder binnen, met een stroomstoring als gevolg. Hoewel de schade beperkt bleef, had het incident kunnen uitgroeien tot een kettingreactie met uitval van verkeerslichten, communicatiemiddelen en andere cruciale systemen.
Zorg kwetsbaar
Ook de zorg bleek kwetsbaar. In juli 2024 moest de spoedeisende hulp van het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem tijdelijk sluiten nadat regenwater het gebouw was binnengedrongen en toiletten overstroomden. Door de lage ligging van het ziekenhuis en de situering van de SEH in een kuil stroomde water bij hevige buien rechtstreeks naar de ingang. Het duurde zeven uur voordat het water was weggepompt, de ruimtes waren ontsmet en de afdeling weer veilig in gebruik kon worden genomen. Enkele weken later moest de SEH opnieuw sluiten door extreme regenval. Daarmee kwam de toegang tot acute zorg direct in het geding.
Grote impact
De impact op de woonomgeving bleek eveneens groot. Tijdens de piekbuien van 21 juli 2024 liepen in de Enschedese wijken Pathmos en Stadsveld bij ruim tachtig woningen kelders en begane grond onder water, in sommige gevallen vermengd met rioolwater. Bewoners kregen te maken met ernstige schade en gezondheidsklachten door optrekkend vocht. Uiteindelijk moesten 57 gezinnen hun woning verlaten. Negen maanden later werden veel huizen officieel onbewoonbaar verklaard, omdat structurele oplossingen om toekomstige schade te voorkomen ontbraken. De trage afhandeling leidde bij bewoners tot zowel fysieke als mentale gezondheidsproblemen.
Volgens de OVV zijn deze voorbeelden geen incidenten. In Nederland bestaan minimaal 47 wijken met een vergelijkbaar risicoprofiel als de getroffen gebieden in Enschede. Vooral bewoners van oudere huurwoningen met beperkte financiële middelen zijn extra kwetsbaar, omdat zij minder mogelijkheden hebben om hun woning aan te passen of schade te herstellen. Daarmee krijgt extreme regenval ook een duidelijke sociale dimensie.
Forse inhaalslag nodig
De Onderzoeksraad stelt vast dat Nederland historisch goed is beschermd tegen overstromingen vanuit zee en rivieren, maar dat bescherming tegen water van boven sterk achterblijft. Verstedelijking heeft de ruimte voor waterafvoer beperkt en veel infrastructuur is ontworpen voor een klimaat dat inmiddels is veranderd. Daarnaast ontbreekt regie. Overheden en organisaties kijken vooral naar hun eigen verantwoordelijkheden, terwijl niemand het totaalbeeld van de veiligheidsrisico’s bewaakt.
Volgens de OVV is daarom een forse inhaalslag nodig. Lokale maatregelen alleen zijn onvoldoende; er is behoefte aan landelijke normen, bindende regelgeving en meer regie vanuit het Rijk. Het huidige beleid richt zich vooral op het beperken van wateroverlast, terwijl de veiligheidsaspecten onderbelicht blijven. De raad pleit ervoor om klimaatadaptief bouwen wettelijk te verankeren en om sneller te investeren in grootschalige maatregelen zoals vergroting van rioolcapaciteit, extra waterbergingsgebieden en betere bescherming van vitale infrastructuur, waaronder elektriciteitsvoorzieningen en zorginstellingen.
Andere oplossingen nodig
Raadslid Erica Bakkum benadrukt dat Nederland andere oplossingen moet bedenken dan de traditionele waterkeringen. Waar dijken bescherming bieden tegen water van buitenaf, vragen de toenemende regenhoeveelheden om ingrepen in het stedelijk ontwerp en de inrichting van wijken. Zij wijst erop dat burgers zelf ook een rol kunnen spelen, bijvoorbeeld door regenpijpen af te koppelen of minder verharding in tuinen aan te brengen, zodat water beter kan wegzakken.
De OVV onderstreept daarnaast het belang van stresstesten, die gemeenten en waterschappen helpen om risico’s in kaart te brengen. Die resultaten moeten breder worden gedeeld, zodat meerdere partijen inzicht krijgen in de mogelijke opeenstapeling van risico’s. Ook pleit de raad voor betere en meer lokale weerwaarschuwingen, zodat burgers en organisaties zich tijdig kunnen voorbereiden op extreme buien.
Bewustzijn nog beperkt
Een belangrijk knelpunt is dat het bewustzijn over de veiligheidsrisico’s van extreme regen nog beperkt is. Veel burgers en bedrijven weten niet welke maatregelen zij vooraf kunnen nemen om schade en gevaar te beperken. Tegelijkertijd blijven grootschalige investeringen, zoals aanpassingen aan riolering en structurele wateropvang, vaak achter bij de snelheid waarmee het klimaat verandert.
De conclusie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid is duidelijk: extreme regenval vormt niet alleen een probleem van wateroverlast, maar een serieus veiligheidsvraagstuk. Zonder snelle en samenhangende maatregelen neemt het risico toe op uitval van vitale infrastructuur, onbereikbare zorg, gezondheidsproblemen en maatschappelijke onrust. Nederland zal zich daarom niet alleen beter moeten beschermen tegen water, maar vooral tegen de onveiligheid die door water van boven ontstaat.
Lees het volledige rapport op de onderzoekspagina: ‘Onveiligheid door extreme regen’.






































































































