NFI start opslag DNA van niet-veroordeelde verdachten

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) begint dit jaar met de ontwikkeling van een nieuw opslagsysteem voor DNA-materiaal van verdachten die nog niet zijn veroordeeld. Dat staat in het jaarbericht van het instituut. De maatregel sluit aan bij een wetsvoorstel dat vorige maand naar de Tweede Kamer is gestuurd. Hoewel de Kamer het voorstel nog niet heeft behandeld, is onlangs besloten dat het onderwerp niet controversieel is, waardoor de behandeling doorgang kan vinden.
De huidige wetgeving staat toe dat DNA pas wordt afgenomen na een veroordeling. Uit onderzoek blijkt echter dat bij ongeveer 13 procent van de veroordeelden geen DNA wordt verkregen — vaak doordat zij onvindbaar zijn of zich in het buitenland bevinden. Met het nieuwe wetsvoorstel, ook wel bekend als ‘DNA-C’, wil het kabinet dit gat dichten door DNA direct na aanhouding veilig te stellen.
Volgens het voorstel wordt het afgenomen celmateriaal opgeslagen in een beveiligde omgeving en nog niet direct verwerkt in de DNA-databank. Pas wanneer een verdachte daadwerkelijk wordt veroordeeld, wordt er een DNA-profiel gemaakt en toegevoegd aan de databank. Indien het niet tot een veroordeling komt, wordt het opgeslagen materiaal vernietigd.
Ambitieuze plannen
Ondanks dat de wet nog niet van kracht is, bereidt het NFI zich al voor op de verwachte veranderingen. Voor het jaar 2025 zijn de plannen ambitieus: de NDD start met de bouw van een opslagsysteem van celmateriaal van verdachten die onder de nieuwe wet DNA-C vallen, schrijft het NFI in zijn jaarbericht.
De Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken, die wordt beheerd door de NDD (Nederlandse DNA-Databank), bevat inmiddels meer dan 484.000 DNA-profielen. Daarvan zijn ruim 409.000 afkomstig van personen en meer dan 74.000 van sporen. De databank speelt een belangrijke rol bij het oplossen van strafzaken en cold cases.
Ook de Nederlandse DNA-databank bereikte een mijlpaal: meer dan 400.000 personen zijn inmiddels opgenomen. In 2024 leidde dit tot bijna 3.800 matches tussen sporen en personen. Dankzij DNA-verwantschapsonderzoek werden ook cold cases opgelost, waaronder de identificatie van Engelandvaarder Ernst Moltzer, 82 jaar na zijn vermissing.
Ook in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit breidde het NFI zijn programma’s uit. Onder de noemer ‘Forensic Intelligence’ analyseert het instituut data uit eerdere onderzoeken om patronen te ontdekken, zoals overeenkomsten in wapens of drugs tussen verschillende zaken. Projecten als FIDBID gebruiken data science om verbanden tussen drugsmonsters en illegale productieplaatsen te leggen.







































































































