NFI versnelt dna-onderzoek van weken naar dagen

Het Nederlands Forensisch Instituut is er in geslaagd om de duur van dna-onderzoek terug te brengen van enkele weken naar enkele dagen, schrijft het AD. Dankzij nieuwe technologie kunnen moorden, maar ook inbraken en andere misdrijven aanzienlijk sneller en efficiënter worden opgelost.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft tegenwoordig aan een minuscuul spoor – bijvoorbeeld een bloeddruppeltje – genoeg om razendsnel een inbreker in beeld te krijgen. Tenminste, als de inbreker in de dna-databank is opgenomen. Die snelheid is te danken aan unieke software, die het NFI als eerste forensisch instituut in de wereld gebruikt. Die software helpt bij het analyseren, interpreteren en vergelijken van de dna-sporen. Het komende half jaar wordt de nieuwe technologie beproefd door de politie en het Openbaar Ministerie in Rotterdam.

Besparing van politiecapaciteit
Sinds 2014 is het forensisch onderzoek grotendeels geautomatiseerd. Dit vergroot de snelheid en verkleint de kans op fouten, aldus programmamanager innovatie en technologie Sander Kneppers van het NFI. Sinds kort zijn ook de laatste stappen van het dna-onderzoek geautomatiseerd. Daardoor kunnen verdachten sneller worden aangehouden en kan sneller naar aanvullend bewijs worden gezocht, voordat dat verdwijnt. Ook wordt zo bespaard op de schaarse opsporingscapaciteit bij de politie. Het gaat hier om zo’n 50.000 onderzoeken per jaar, wat dus een enorme tijdswinst oplevert. In het nabije verleden week de politie soms uit naar particuliere onderzoeksbureaus omdat onderzoek door het NFI veel te lang duurde.

Serie inbraken
Het NFI wordt vooral ingeschakeld voor onderzoek naar moord, doodslag en zedenmisdrijven, maar soms ook voor inbraken. Zeker als er vermoedens zijn dat het om een serie inbraken gaat. Als dna wordt aangetroffen, dat niet in de dna-databank voorkomt, wordt het met een serienummer in de dna-databank opgeslagen, zodat het eventueel in verband gebracht kan worden met andere misdrijven waarbij de dader niet bekend is.
Van belang is wel dat dna-sporen snel worden gevonden en correct worden aangeleverd bij het NFI. Daar wordt tijdens de proef in Rotterdam ook kritisch naar gekeken. Voorts moet het OM goed weten hoe de bevindingen van het NFI als wettig bewijsmateriaal kunnen worden ingezet tijdens een strafzaak.

Aanvullend bewijs
Mirella de Heer, projectleider van de proeftuin bij de Rotterdamse politie, benadrukt het belang dat het NFI snel materiaal aangeleverd krijgt. Als snel een dader in beeld komt, kan de politie nog zendmastgegevens en camerabeelden verzamelen als aanvullend bewijs. Dat gebeurt onder andere tijdens het onderzoek naar de recente rellen op de Coolsingel in Rotterdam. Dna is niet altijd voldoende om iemand veroordeeld te krijgen. Camerabeelden kunnen dan de doorslag geven bij de rechter.
Tot nu toe zijn in het kader van de proefperiode van veertien zaken dna-sporen naar het NFI gestuurd. Vijf keer bleek het dna voor te komen in de dna-databank. Een keer betrof het een schietpartij, waarbij de dader dankzij het dna-onderzoek aangehouden kon worden, voordat hij definitief van de radar zou verdwijnen. Een andere verdachte zat al vast. Maar dankzij het dna-onderzoek kon voorkomen worden dat deze vervroegd werd vrijgelaten.

Deel dit artikel via: