21.000 agenten nodig om politie weer op sterkte te krijgen

De verharding van de georganiseerde criminaliteit heeft ervoor gezorgd dat de overheid de komende periode ruim een half miljard euro extra aan veiligheid gaat besteden. In een interview met het AD vertelt minister Grapperhaus waar dat geld zoal naar toe zal gaan.

Een van de grootste problemen is de ondercapaciteit bij de politie. Er zijn maar liefst 21.000 nieuwe agenten nodig om het tekort te verhelpen. Grapperhaus verwacht daar tot 2023 tijd voor nodig te hebben. Daarom wordt op de eerste plaats ingezet op technische innovatie, zodat het huidige personeel effectiever kan werken. Daarvoor is 70 miljoen euro beschikbaar.
Ook gaat 30 miljoen naar forensische opsporing. Van dit geld worden onder andere honden getraind in het opsporen van elektronische gegevensdragers. Die zijn essentieel bij huiszoekingen.

Onvoldoende geschikte sollicitanten
Meer agenten zitten er op korte termijn niet in. De huidige instroom is net voldoende om de uitstroom van 17.000 gepensioneerden te compenseren. Er is geld voor extra personeel, maar het ontbreekt aan voldoende geschikte sollicitanten.
Om te voorkomen dat de politie werk voor niets doet, omdat justitie geen tijd heeft om de verdachten te veroordelen, gaat er 8 miljoen extra naar het Openbaar Ministerie. Hetzelfde bedrag gaat naar de rechtspraak. Verder komt 85 miljoen euro beschikbaar om te voorkomen dat jongeren in probleemwijken in de criminaliteit verstrikt raken. Dat is aanzienlijk minder dan het miljard euro dat burgemeesters eerder voor dit doel nodig achtten. Grapperhaus hoopt echter bij de formatie meer budget te krijgen.

De weg voorwaarts
Om het ‘veelkoppige monster’ dat de georganiseerde criminaliteit is uit te roken zijn volgens de minister nieuwe middelen nodig.r Daarvoor heeft hij het Multidisciplinair Interventie Team (MIT) opgericht, dat moet groeien tot 400 medewerkers die weggehaald worden bij de politie, het OM, de Fiod, douane, marechaussee en Belastingdienst. Die organisaties zijn echter niet blij dat hun beste mensen worden weggekaapt. Zij verwachten dat het MIT een bureaucratisch bolwerk wordt en dat zij zonder hun specialisten minder goed kunnen functioneren. Grapperhaus vindt die kritiek niet terecht. “Er wordt altijd met argwaan gekeken naar the new kid in town“, zegt hij. Doordat de instanties hooguit 10 procent van hun sterkte verliezen aan het MIT, vindt de minister niet dat er sprake is van kannibalisme. Hij zegt ervan overtuigd te zijn dat het MIT ‘de weg voorwaarts’ is.

Gedeeld

Geef een antwoord