5G: Diplomatie, economisch belang en nationale veiligheid

Donderdag debatteerde de Tweede Kamer over het toekomstige 5G-netwerk voor mobiele communicatie. De nationale veiligheid staat daarbij volgens velen voorop, maar economische belangen en de relatie met China werden ook niet onbelangrijk gevonden. Wat blijft er nog over van het veiligheidsbelang?

Het blijft een lastig dilemma, zo bleek tijdens het debat over wie de komende jaren apparatuur voor het 5G-netwerk mag leveren. De woorden ‘China’ en ‘Huawei’ werden angstvallig vermeden. In plaats daarvan werd over landen en fabrikanten gesproken. Volgens Laura Bromet van GroenLinks heeft het er alle schijn van dat economische belangen blindelings voorrang krijgen. “En daar kunnen we later spijt van krijgen”, voorspelde zij. Ook de Nederlandse veiligheidsdiensten maken zich zorgen dat apparatuur wordt aangeschaft, waarmee een buitenlandse overheid controle zou kunnen krijgen over de 5G-infrastructuur. Zij noemen wel Huawei bij naam, omdat deze fabrikant de benodigde apparatuur miljarden euro’s goedkoper kan leveren dan de concurrentie en daar zou een bijbedoeling achter kunnen zitten.

Miljarden extra
De Kamer deelt de zorgen van de veiligheidsdiensten, maar wil ook niet dat de telecomsector miljarden extra moet investeren in het 5G-netwerk of dat Nederland zijn ‘digitale koppositie’ in Europa verliest. Sjoerd Sjoerdsma van D66 pleitte voor een zo snel en veilig mogelijke realisatie van 5G. De VVD wil de nationale veiligheid leidend laten zijn als binnenkort de breedbandfrequenties voor 5G worden geveild. De partijen zijn het er over eens dat dit moet kunnen zonder China in het algemeen en Huawei in het bijzonder te weren. Daarom wil men dat de telecombedrijven aanvullende beveiligingsmaatregelen treffen, waarmee het de fabrikanten van de apparatuur en de buitenlandse overheden onmogelijk wordt gemaakt om eventuele ‘achterdeurtjes’ te benutten. Vooral op plaatsen binnen het telecomnetwerk die van vitaal belang zijn. Op dergelijke plaatsen wordt overigens al ruimschoots gebruik gemaakt van Huawei-apparatuur. Die is geïnstalleerd in een tijd dat men dit nog niet als bedreiging van de nationale veiligheid beschouwde. Een bedreiging die overigens nog altijd niet met harde feiten is bewezen.

Grote kwetsbaarheid
Of extra beveiligingsmaatregelen op vitale onderdelen volstaat is de vraag. In een ketting maakt het weinig verschil waar de zwakste schakel zit. Volgens Ericsson-topman Niklas Heuveldop vormen binnen een 5G-netwerk de kernonderdelen en de perifere onderdelen een even grote kwetsbaarheid. Dat maakt het riskant als mensen zonder voldoende technische kennis de politieke besluiten moeten nemen. Zeker als ook andere belangen meespelen, zoals het niet willen creëren van een diplomatiek dispuut met bepaalde landen. Daar komt bij dat het de vraag is of bijvoorbeeld Amerikaanse producten wel zo veilig zijn. Het waren niet de Chinezen die de telefoon van Angela Merkel hadden afgeluisterd. Nederland zou miljarden extra moeten investeren om door de kat gebeten te worden in plaats van door de hond. Het vervangen van bestaande Huawei-apparatuur zou nog eens enkele miljarden euro’s kosten. Daarom geeft de Kamer de voorkeur aan een vorm van certificatie van fabrikanten op grond van veiligheidseisen. Alleen ‘betrouwbare partijen’ mogen dan de benodigde apparatuur en software leveren. Andere Europese landen kiezen ook voor deze aanpak. Hoe die veiligheidseisen er precies uitzien, maakt het kabinet komend najaar bekend.

Gedeeld

Geef een reactie