Straks elke videotoezichtcentrale en PAC in overtreding?

Tot 1 april van dit jaar kon iedereen een videotoezichtcentrale beginnen. Dat was een doorn in het oog van de particuliere alarmcentrales. De VTC’s deden namelijk praktisch hetzelfde werk als zij, maar hoefden niet aan dezelfde strenge en vooral dure wettelijke eisen te voldoen. Het ministerie van J&V vond de bezwaren terecht en paste de wet- en regelgeving op dit gebied aan. Tot 1 januari 2020 hebben VTC’s de tijd om hieraan te voldoen. Het ziet er echter naar uit dat zowel deze bedrijven als de PAC’s vanaf die datum onvermijdelijk in overtreding zullen zijn.

Bewakingscamera’s zijn de afgelopen jaren geëvolueerd tot geavanceerde detectoren voor het signaleren van ongewenste situaties. Niet alleen reageren zij op bewegingen, maar stellen zij ook vast of zij een persoon, dier of voertuig in beeld hebben, of een zone of denkbeeldige lijn wordt overschreden, of voorwerpen worden weggenomen of achtergelaten en zelfs of mensen ongewenst gedrag vertonen. Daarmee zijn camera’s in veel situaties komen te vallen onder de definitie van ‘alarmapparatuur’, zoals omschreven in artikel 1h van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. In gewoon Nederlands gaat het dan om detectoren die bij het signaleren van personen een signaal doorgeven aan een centraal punt, van waaruit assistentie kan worden gevraagd aan derden. Bedrijven die dergelijke signalen verwerken, dienen een vergunning te hebben waarvoor strenge en dure kwaliteitseisen worden gesteld, zoals 24/7 een bezetting van minimaal twee centralisten in een zwaar beveiligd compartiment. Dat geldt al jaren voor de zogenoemde particuliere alarmcentrales (PAC’s), maar was tot 1 april van dit jaar niet aan de orde voor vergelijkbare bedrijven die meldingen van intelligente camerasystemen verwerken. Videotoezichtcentrales dienen nu aan dezelfde eisen te voldoen als particuliere alarmcentrales en hebben tot 1 januari 2020 de tijd om zich daaraan te conformeren.

Vitale rol
Dat eisen worden gesteld aan VTC’s is natuurlijk niet meer dan terecht. Nog afgezien van de oneerlijke concurrentie tegenover de PAC’s, spelen ook deze bedrijven een vitale rol en beschikken zij over gevoelige en strategische informatie van klanten. Logisch dus dat operationele medewerkers net als meldkamercentralisten over een door de politie afgegeven verklaring van betrouwbaarheid dienen te beschikken. Om het niet al te ingewikkeld te maken is het nieuwe artikel 11b in de regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus grotendeels gebaseerd op wat er al geregeld was voor de PAC’s. Daar wringt echter de schoen. Zomaar het woordje ‘alarmapparatuur’ vervangen door ‘videoapparatuur’ levert geen bruikbare regelgeving op. Nu is de wijziging ook weer niet zo kort de bocht doorgevoerd, maar er dient nog wel het een en ander geregeld te worden voordat de nieuwe wet praktisch uitvoerbaar is en dat gaat nooit lukken voor 1 januari 2020.

Opleidingseisen
Wat staat er zoal in artikel 11b? Op de eerste plaats mag een VTC (of een PAC die videotoezicht erbij doet) alleen actie ondernemen als de beelden afkomstig zijn van een camerasysteem dat ontworpen, geïnstalleerd en onderhouden is door iemand met het diploma Projecteringsdeskundige CCTV/VSS of Installatiedeskundige CCTV/VSS. Dezelfde persoon dient gekwalificeerd te zijn conform artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, voor werkzaamheden als alarminstallateur. Hoe de VTC’s en PAC’s gaan controleren of de op hun centrale aangesloten systemen aan deze eis voldoen, is natuurlijk de vraag. Eveneens kan men erover discussiëren of de genoemde diploma’s garanties bieden voor kwaliteit. Andersom hoeft een door een ongediplomeerde installateur aangelegd systeem zeker niet slecht te zijn. Men kan zich dus afvragen of deze eis niet valt onder de categorie ‘onnodige administratieve ballast’.

Certificering
Nog een hoofdpijndossier vormt lid 6 van artikel 11b. Hierin staat dat een beveiligingsorganisatie alleen gebruik mag maken van videoapparatuur die behoort tot een categorie waarvoor Onze Minister regels heeft gesteld en die overeenkomstig deze regels is goedgekeurd. De organisatie mag ook alleen diensten verlenen aan derden die eveneens aan deze voorwaarde voldoen. Dit alles dient de VTC of PAC aan de hand van documenten te kunnen bewijzen.
Het is heel begrijpelijk dat de minister kwaliteitseisen stelt aan camerasystemen, maar de regels die ‘Onze Minister’ hieraan heeft gesteld zijn er domweg niet! Er is niet zoiets als een BORG- of VEB-regeling voor camerasystemen. Wel brengt Kiwa een beoordelingsrichtlijn voor videosystemen uit, de BRL-K21039, maar die heeft geen wettelijke basis. Ook is er ooit een regeling bedacht voor cameratoezicht in het publieke domein, maar die was er vooral om de privacy van passanten te beschermen en niet om de kwaliteit van de techniek te borgen. Verder zijn er nog wel allerlei kwaliteitsregelingen die bedacht zijn door brancheorganisaties en fabrikanten, maar die zijn juridisch gezien in geen enkel opzicht vergelijkbaar met bijvoorbeeld de EN50131 voor indringerdetectiesystemen en EN54 voor branddetectie. Lid 6 van artikel 11b van de regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus valt dus niet na te leven.

Hele klus
Wat vinden de bedrijven ervan? Robin Huizinga, tot voor kort manager Alarmcentrale bij Hofland Electronica, verwacht dat het een hele klus wordt om te achterhalen of camerasystemen van klanten aan de gestelde eisen voldoen. “Voor nieuwe systemen hanteren we nu een aansluitprocedure, waarbij wij ook nagaan of de installateur bevoegd is volgens de nieuwe regels. Maar hoe het zit met bestaande abonnees is voorlopig de vraag.” Als voorbeeld noemt Huizinga een goed systeem dat aangelegd is door een installatiebedrijf dat inmiddels niet meer bestaat. “Moeten wij dat systeem afsluiten of komt daarvoor dispensatie?” Hij vraagt zich ook af of de eisen in de regeling wel relevant zijn. “Beoordeel gewoon of de beelden goed zijn of niet en doe dat in relatie tot het risico van het object!” Huizinga vindt dat eerst maar eens goede regels opgesteld moeten worden over waar camerasystemen aan moeten voldoen om goedgekeurd te kunnen worden.

Veilige digitale omgeving
Serena de Boer van Regio Control Veldt verwijst naar de website van het CCV waarop je kunt nagaan of een installateur beoordeeld is door Kiwa NCP. “Een opdrachtgever die ervoor kiest om een gebouw te laten beveiligen door een BORG gecertificeerd beveiligingsbedrijf, kan erop vertrouwen dat de afgenomen producten en diensten voldoen aan de hiervoor geldende regelgeving en zijn afgestemd op de organisatie van de opdrachtgever. Wij op onze beurt doen er alles aan om te voorkomen dat beelden in verkeerde handen vallen. We voldoen aan de ISO normering 9001:2015, ISO 27001 en NEN-EN-50518 en investeren veel geld en tijd om onze digitale omgeving veilig te houden en te voldoen aan de privacywetgeving.”

Helpen met de handhaving
René den Dekker van NVD Beveiligingen verwacht nogal een klus te krijgen aan de vernieuwde regelgeving. “Het is niet echt helder omschreven wat de bedoeling is. Wij doen ook videotoezicht, maar vooral om alarm te verifiëren en niet zozeer om mensen te identificeren. Hoe zit dát dan? Voor de zekerheid gaan wij bij al onze klanten langs om hun camerasystemen te laten controleren door een gediplomeerde projecteringsdeskundige, maar of alle bedrijven dat gaat doen weet ik niet. Dat valt bijna niet te controleren. Ik verwacht echter dat camerasystemen in de regel geïnstalleerd worden door BORG-erkende bedrijven en dan hebben de monteurs al een verklaring van betrouwbaarheid. We gaan Justitie ook helpen met de handhaving. Als branche hebben we een lijst van 83 videotoezichtcentrales aangeleverd, die dienen te gaan voldoen aan de eisen van de vernieuwde regelgeving. We houden in de gaten of die straks ook allemaal een vergunning hebben.”

Grote gevolgen
Voor Spyke Security had de wijziging in de regelgeving grote gevolgen. “Aan de meeste kwaliteitseisen voldeden wij al ruimschoots omdat wij nu eenmaal gespecialiseerd zijn in buitenbeveiliging met camera’s, maar wij hebben flink moeten investeren in de vereiste bouwkundige maatregelen. Wij hebben zelfs een hele nieuwe PAC gebouwd, die wij dan nu ook maar meteen gebruiken voor verwerking van inbraak- en brandmeldingen”, vertelt directeur Piet Sleurink. “Maar ook voor die tijd was elk bij ons aangesloten systeem al ontworpen of gecontroleerd door een projecteringsdeskundige en aangelegd door een installatiedeskundige, zoals omschreven in de regelgeving. Ik denk dat wij daarin ook verder gaan dan andere VTC’s. Zo controleren wij bij oplevering of de camera’s zien wat de klant wil dat wij zien. Dat doen we overdag, maar ook ’s nachts. Ook controleren wij twee keer per dag of alle aangesloten camera’s nog perfect functioneren.”

Diploma’s
Wat de apparatuureisen betreft denkt Sleurink dat de wetgever bedoelt dat ervan uitgegaan mag worden dat als iemand de juiste diploma’s heeft, ook de juiste apparatuur gebruikt zal worden. “Wij accepteren geen ‘houtje-touwtje’-systemen, want daar kan je niets mee. Wij voelen ons verantwoordelijk voor de volledige bewaking van de buitenschil. Ook als de zon verkeerd staat. Dat lukt alleen met kwalitatief uitstekende apparatuur.” De directeur van Spyke Security verwacht overigens wel dat niet alleen videotoezichtcentrales gecontroleerd worden, maar dat ook gehandhaafd wordt op de bestaande PAC’s die videotoezicht leveren. “Laat ze maar eens de dossiers van alle klanten laten zien om te kijken of ook bij hen alle aangesloten camerasystemen aan de eisen voldoen.”

Beheersbaar
MPL ziet geen problemen met het controleren of installateurs van abonnees aan de gestelde eisen voldoen. “Wij controleren namelijk ook al de installateurs die alarmaansluitingen bij ons onderbrengen op MBV/TBV/BORG/VEB”, aldus consultant Ron Landzaat. “Ook bij elk videosysteem vragen wij een projecteringsplan met een omschrijving van alle camera’s, het doel daarvan en hoe het doel bereikt wordt. Vervolgens controleren wij of wat op papier staat, ook werkelijk klopt door de beelden te beoordelen. Relevant, want zo houd je je klanten tevreden.” Goede kwaliteit is volgens Landzaat ook belangrijk om de systemen beheersbaar te houden. “Als de camera’s slecht zijn afgesteld, krijg je 500 meldingen per nacht binnen. De techniek wordt weliswaar steeds beter, maar uiteindelijk blijft kwaliteit toch mensenwerk. Gaat het om een bouwlocatie, dan is zelfs regelmatige controle van alle beelden nodig, want de situatie verandert daar met de dag.” De consultant van MPL denkt niet dat het nodig is om specifieke kwaliteitsnormen voor de apparatuur te hebben. “Wij kunnen als toezichtcentrale heel goed beoordelen of de camera’s op elk moment aan de eisen voldoen. Om wat voor merk of type het gaat, doet er dan verder niet toe. De deskundigheid van de projectering en de installatie bepalen uiteindelijk de beeldkwaliteit.”

Gedeeld

Geef een antwoord