Amateursport kwetsbaar voor criminele inmenging

Een op de acht amateursportverenigingen heeft in de afgelopen twee jaar te maken gehad met serieus te nemen signalen die kunnen wijzen op criminele inmenging. Dat concluderen Bureau Bruinsma, het Mulier Instituut en de Universiteit van Tilburg, die hiernaar onderzoek hebben gedaan in opdracht van het ministerie van VWS.

Niet alleen de voetbalwereld heeft last van het fenomeen. Binnen tien andere onderzochte sportbonden zijn ook serieus te nemen signalen aangetroffen van mogelijke criminele inmenging bij amateursportverenigingen. Het probleem doet zich voor in het hele land en kan daarmee niet worden afgedaan als enkel een probleem van de Randstad of hotspots voor ondermijnende criminaliteit, zoals Zuid-Nederland. Amateursportverenigingen zijn zich nauwelijks bewust van de gevaren van criminele inmenging en wapenen zich er in een beperkte mate tegen. Wanneer verenigingen wél een hulpvraag hebben, weten zij amper bij wie ze terecht kunnen. Hierdoor blijven meldingen die sportbonden ontvangen achter bij de realiteit waar verenigingsbestuurders mee te maken hebben.

Ongewenste situaties voorkomen
De criminele inmenging in de amateursport blijkt uit een onderzoek van Bureau Bruinsma, het Mulier Instituut en de Universiteit van Tilburg, dat in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is uitgevoerd. Het onderzoek brengt de aard en omvang van criminele inmenging bij amateursportverenigingen in beeld. Ook wordt aandacht besteed aan een handelingsperspectief om ongewenste situaties van criminele inmenging in clubs te voorkomen. Met criminele inmenging wordt in het onderzoek verstaan: situaties waarbij personen die een link (lijken te) hebben met de georganiseerde misdaad en/of wittenboordencriminaliteit, zich een rol of taak hebben kunnen verwerven in een lokale vereniging. Vanuit deze rol of taak kunnen zij invloed uitoefenen op het beleid van de club, crimineel verworven geld in brengen in de club en/of de club gebruiken bij uitvoering van criminele activiteiten.

Verhoogd risico
Andere belangrijke bevindingen uit het onderzoek zijn dat signalen die kunnen wijzen op criminele inmenging vaker worden geconstateerd bij verenigingen die een eigen kantine of sportaccommodatie hebben, die over een businessclub voor sponsoren beschikken, die regelmatig aandacht krijgen in de lokale media, bestuurswisselingen hebben gehad in de laatste twee jaar of activiteiten organiseren voor personen die geen lid zijn of opstallen verhuren aan niet-leden.
Ook is gebleken dat de verantwoordelijke overheidsinstanties niet specifiek zoeken naar criminele inmenging in de amateursportwereld. In de meeste gevallen komt criminele betrokkenheid bij een sportvereniging pas aan het licht wanneer de persoon in kwestie onderwerp is geworden van een opsporingsonderzoek naar andere criminele activiteiten. Criminele inmenging in de sportwereld is, in andere woorden, eerder ‘bijvangst’ dan het startpunt van analyses en publieke interventies.

Beperkt hulpaanbod
Voor ondersteuning op het vlak van preventiemaatregelen, kijken sportverenigingen vooral naar gemeenten en sportbonden. Het hulpaanbod is beperkt: twee van de 43 sportbonden die hebben meegewerkt aan het onderzoek geven aan specifieke voorlichting te verzorgen over het thema criminele inmenging. Bij gemeenten is een vergelijkbaar beeld, al zijn er gemeenten die zoeken naar nieuwe manieren om de preventie van criminele inmenging in de lokale sportcontext te verbeteren.

Klik hier voor het rapport ‘Criminele Inmenging bij Amateursportverenigingen: aard, omvang en handelingsperspectief’.

Klik hier voor de brief, waarmee het rapport ‘Criminele inmenging bij amateursportverenigingen’ naar de Tweede kamer is gezonden.

Gedeeld

Geef een reactie