Ambulance te vaak ingezet voor niets

Volgens beroepsvereniging V&VN rukken ambulances veel te vaak uit voor niets. Daardoor duurt het gemiddeld langer voordat zij bij echte spoedgevallen ter plaatse zijn, zo meldt het Algemeen Dagblad.

Volgens de V&VN komt het door falende procedures in meldkamers, waardoor ‘al bij een bloedende vinger’ een ambulance met sirenes wordt opgetrommeld. V&VN wil dat de centralisten meer ruimte krijgen om door te vragen wanneer iemand 112 belt. Nu mogen zij alleen standaardvragen stellen, aan de hand waarvan niet te beoordelen is of een spoeduitruk werkelijk nodig is. Dat is volgens directeur Sonja Kersten van V&VN Ambulancezorg niet alleen duur, maar zorgt ook voor druk op de beschikbaarheid van de ambulances.

Systemen
Op de centrales wordt met twee verschillende computersystemen gewerkt. Er is een Amerikaans systeem en een Nederlands systeem. Het eerste – ProQA genaamd – stuurt bij elke 112-melding direct een ambulance. Vervolgens moet de centralist een aantal vragen stellen. Als uit de antwoorden blijkt dat een ambulance niet noodzakelijk is, wordt deze weer teruggeroepen. Volgens Kersten ondermijnt dit systeem de professionaliteit van de centralist. Die krijgt niet voldoende de ruimte om zijn gezonde verstand te gebruiken. Volgend jaar willen de centrales kijken met welk systeem het beste gewerkt kan worden. De 112-centrale van Amsterdam is inmiddels op het Nederlandse systeem overgestapt.
De druk op ambulances wordt ook door andere oorzaken verhoogd. Volgens Ambulancezorg Nederland steeg het aantal spoedritten tussen 2008 en 2013 met gemiddeld 4,2 procent per jaar. Dat zou onder andere komen door vergrijzing en de druk op de huisartsenposten waardoor 112 vaker dan nodig wordt gebeld.

Gedeeld

Geef een antwoord