Branche wil taakstrafverbod voor geweld tegen álle beveiligers

Iedereen die geweld pleegt tegen beveiligers moet minimaal een gevangenisstraf krijgen. Onderscheid maken tussen beveiligers die wél of géén publieke taak uitoefenen, is ‘onwerkbaar, maar ook onethisch’, zegt Ard van der Steur in een brief aan de Commissie voor Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer.

De voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche voert dinsdag 8 juni het woord op een deskundigenbijeenkomst van de Eerste Kamer. Onderwerp is het wetsvoorstel voor uitbreiding van het taakstrafverbod. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat mensen die geweld uitoefenen tegen professionals die werken aan onze gezamenlijke veiligheid, nog kunnen wegkomen met een taakstraf. Van der Steur vindt het terecht dat het kabinet mensen die geweld plegen tegen politie, brandweer, ambulancepersoneel of buitengewoon opsporingsambtenaren hard wil laten aanpakken. Maar dat moet volgens hem ook gelden voor wie het gemunt heeft op beveiligers.

Geen bescherming bij private opdrachtgever
Het wetsvoorstel van het kabinet (dat is goedgekeurd door de Tweede Kamer) zou namelijk maar voor een deel van de beveiligers gaan gelden, namelijk alleen voor zover zij een ‘publieke taak’ uitoefenen. Beveiligers die werken voor private opdrachtgevers, zoals winkelbeveiligers, beveiligers op Schiphol en op evenementen, zouden de extra bescherming niet krijgen. Niet terecht, vindt Van der Steur: “Beveiligers doen hun werk vaak onder lastige omstandigheden en hebben van de overheid de bescherming nodig die ze verdienen.” De branchevoorzitter vraagt om helderheid voor de hele beroepsgroep.

Praktijk anders dan theorie
De VVD-fractie in de Tweede Kamer wilde dat ook en heeft geprobeerd het wetsvoorstel gewijzigd te krijgen, maar hiervoor was geen meerderheid. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid gebruikte daarbij als argument dat beveiligers in hun werk ‘een stap terug’ kunnen doen en de politie kunnen inschakelen. Zo werkt het niet in de praktijk, zegt Van der Steur. “In de praktijk verwacht het publiek wel degelijk dat een geüniformeerde beveiliger niet een stap terugzet als het erop aankomt. En nog belangrijker, in de meeste gevallen is er niet eens tijd om terug te treden en de politie te bellen: de klap is al uitgedeeld.” In zijn brief aan de Tweede Kamer geeft Van der Steur hiervan verschillende recente voorbeelden.

Onnodige rechtsongelijkheid
De voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche roept de leden van de Eerste Kamer op om de minister kritische vragen te stellen over zijn rechtvaardiging voor de grens tussen publiek en privaat. Ook waarschuwt hij voor “verdere en onnodige rechtsongelijkheid” binnen de beroepsgroep van beveiligers.
De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,3 miljard euro. Er zijn ongeveer 26.000 beveiligingsmedewerkers actief in Nederland, van wie 90 procent werkt bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

Gedeeld

Geef een antwoord