Fraudehelpdesk mag geen strafrechtelijke data verwerken

De Fraudehelpdesk mag van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) geen gegevens over mogelijke daders van fraude verzamelen en bewaren. Het is geen opsporingsinstantie en heeft strafrechtelijke gegevens niet nodig, aldus de AP, die bang is dat mensen onterecht als fraudeur bestempeld worden.

Dat laatste zou kunnen omdat mensen in de systemen van de Fraudehelpdesk niet de rechten hebben die verdachten bij de politie wél hebben. De instantie is namelijk een private stichting en geen overheidsorgaan, ofschoon de oprichting in 2011 wel op initiatief van de overheid plaatsvond. De helpdesk heeft als taak slachtoffers van fraude te adviseren en voorlichting te geven aan burgers en bedrijven, om zo fraude te voorkomen. Het registreren van meldingen van fraude met persoonsgegevens van vermoedelijke daders behoort volgens de AP niet tot het takenpakket. Hierbij gaat het om strafrechtelijke gegevens, die extra beschermd zijn in de wet.

Groot probleem
“Fraude is een groot probleem in Nederland”, erkent AP-bestuurslid Katja Mur. “Wij juichen het dan ook toe dat de Fraudehelpdesk slachtoffers van fraude helpt de weg te vinden naar de juiste instanties en strijdt om fraude te voorkomen door voorlichting te geven. Maar daarvoor is het niet nodig om strafrechtelijke persoonsgegevens te verzamelen. Het verzamelen en beheren van strafrechtelijke gegevens, zoals namen, telefoonnummers en e-mailadressen van vermoedelijke daders, is in principe voorbehouden aan politie en justitie. En dat is niet voor niets. Bij politie en justitie zijn allerlei waarborgen ingebouwd, om te voorkomen dat onbevoegden bij die gegevens kunnen en te garanderen dat mensen zich kunnen verdedigen tegen beschuldigingen. In een verhoor op het politiebureau kan een verdachte zijn kant van het verhaal vertellen. Dat is bij de Fraudehelpdesk niet het geval.”

Gevolgen niet te overzien
“Opsporing van fraude is belangrijk. En daarom dus echt een taak van de politie en niet voor deze stichting. Als de politie te weinig capaciteit heeft voor fraudezaken, is dat een ernstig probleem. Maar de oplossing voor dat probleem mag niet zijn dat we politietaken overhevelen naar een stichting, waar de belangrijke waarborgen voor burgers ontbreken”, vervolgt Mur. “De risico’s zijn groot als wij de Fraudehelpdesk toestaan een ‘politiedatabase’ te beheren, met daarin allerlei gegevens van mensen die mogelijk misdaden hebben begaan, maar waarbij dat niet bewezen is. Bij een datalek bij de Fraudehelpdesk kunnen namen, telefoonnummers, e-mailadressen en andere persoonsgegevens van vermoedelijke daders van fraude op internet gaan zwerven. De gevolgen voor mensen in die database zijn dan niet te overzien. Sta jij als fraudeur te boek, ook al is dat onterecht, dan kun je bijvoorbeeld ontslagen worden. Dan wordt het misschien lastig een lening te krijgen of een woning te huren. Je draagt dan de rest van je leven een stigma met je mee.”

De Fraudehelpdesk valt onder stichting Safecin. Sinds de komst van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) heeft Safecin in 2019 ook al een vergunning aangevraagd voor het verwerken van strafrechtelijke persoonsgegevens. De AP keurde die aanvraag in 2019 af. Hierna mocht de Fraudehelpdesk geen persoonsgegevens van vermoedelijke daders van fraude meer registreren.

Gedeeld

Geef een antwoord