Hard oordeel Algemene Rekenkamer over politietop

Het beeld dat de landelijke politietop heeft van de daadwerkelijk beschikbare politiemensen komt niet overeen met de lokale werkelijkheid. Er is geen eenduidig zicht op wie aanwezig én in staat is om taken uit te voeren. Dat zijn enkele van de harde conclusies van de Algemene Rekenkamer over de leiding van de Nationale Politie.

De praktijk is dat inzetbaarheid en inplanbaarheid van politiemensen ongelijk verdeeld zijn tussen eenheden en basisteams. Daardoor komt de politie in bepaalde gebieden in de knel bij het uitvoeren van de vele politietaken. De Algemene Rekenkamer analyseerde voor dit onderzoek naar de inzetbaarheid van de politie de landelijke politiegegevens van een jaar (half juli 2018 – half juli 2019). Uit de analyse blijkt dat politiemensen gemiddeld genomen maar 71,4 procent van hun tijd inzetbaar zijn. De rest van de tijd kunnen ze niet worden ingezet vanwege verlof, ziekteverzuim en het volgen van opleidingen. Dit cijfer varieert van basisteam tot basisteam. De inzet­baarheid van alle basisteams varieert van 64,4 tot 77,8 procent.

Politietaken staan onder druk
Lang niet alle in theorie inzetbare politiemensen zijn ook daadwerkelijk beschikbaar. Vaste vrije dagen, werkweken van 4 dagen van 9 uur, ontheffingen van nachtdienst, inzet elders binnen de politie, deelname aan de ME, trainingsachterstanden of blessures slaan verspreid door het land vooral in de nacht en op bepaalde dagen gaten in de bezetting. Het gevolg hiervan is dat er een vicieuze cirkel kan ontstaan, waarbij een kleine groep medewerkers wordt overvraagd. Daardoor staan wezenlijke politietaken als het bieden van noodhulp, handhaving van de openbare orde, inzet van de wijkagent en de openstelling en bemensing van het politiebureau onder druk.

Werkelijkheid alleen bekend bij de basisteams
Omdat deze gegevens niet eenduidig en centraal worden bijgehouden, onttrekt dit zich grotendeels aan het oog van de landelijke politietop. Die heeft alleen in grote lijnen zicht op niet-inzetbaarheid van politiemedewerkers door ziekte, verlof of het volgen van een opleiding. De dagelijkse werkelijkheid hierachter is alleen bekend bij basisteams, die met zelf ontwikkelde spreadsheets werken om hun teams te kunnen managen.

Korpsleiding kan niet zonder deze informatie
Omdat het bij de inzet van de politie volgens de Algemene Rekenkamer in essentie draait om ‘de juiste politieman of -vrouw op de juiste plek op het juiste moment’, oordeelt zij dat de landelijke politietop bij het nemen van strategische besluiten en regio-overstijgende maatregelen niet zonder deze informatie kan. De sturing op inzetbaarheid en inplanbaarheid verdient verbetering. Hiervoor is het nodig dat informatie over inplanbaarheid eenduidig terugkomt in alle lagen van de organisatie, ook op landelijk niveau.
De Algemene Rekenkamer vindt dat de minister van Justitie en Veiligheid, die verantwoordelijk is voor de politie, moet zorgen dat korpsleiding, eenheden en teams goede en eenduidige informatie over het politiepersoneel gebruiken. Dat voorkomt dat de afzonderlijke niveaus van de politie op basis van verschillende informatie ‘langs elkaar heen praten’ als het gaat over de inzet van het personeel.

Gedeeld

Geef een reactie