Helft universiteitspersoneel vindt werkomgeving sociaal onveilig

De helft van de universiteitsmedewerkers werkt op een afdeling waar sprake is of is geweest van een sociaal onveilige werkomgeving. Vier op de tien heeft hier zelfs persoonlijk mee te maken (gehad). Van deze groep zit 44% nog steeds in deze onveilige situatie. Dat blijkt uit onderzoek van de vakbonden FNV en VAWO onder ruim duizend universiteitsmedewerkers.

De vormen van sociale onveiligheid variëren van pesten, machtsmisbruik, vernederen en uitsluiten tot het achterhouden van informatie en (seksuele) intimidatie. Vooral vrouwen (44%) maken in het onderzoek melding van hun negatieve ervaringen, maar ook mannelijke universiteitsmedewerkers (35%) hebben er last van.
Vakbonden FNV en VAWO noemen de cijfers ‘schokkend’ en ‘al lang geen incidenten meer’. Zij vinden dat universiteiten zo snel mogelijk in alle instellingen duidelijk moeten maken dat ongewenst gedrag absoluut niet wordt getolereerd en wordt bestraft. Tevens roepen de bonden op tot het instellen van een onafhankelijke klachtencommissie en een speciale ombudsman/vrouw op universiteiten.

Achterhouden informatie, intimidatie en uitsluiting
Uit het onderzoek blijkt dat het in de meeste gevallen gaat om roddelen (48%) en het bewust achterhouden van informatie (46%). Ook intimidatie of machtsmisbruik door hoogleraar of leidinggevende scoorde hoog (39%). Een respondent geeft aan: ‘Mijn werk werd geplagieerd door een vooraanstaande hoogleraar. Mij werd gezegd te zwijgen of ik moest vrezen voor mijn baan’. Een ander schrijft: ‘Ik word buitengesloten als coauteur bij publicaties. Ook is mij gevraagd om namen van anderen aan mijn manuscripten toe te voegen.’
Verder geven relatief veel mensen aan dat zij worden uitgesloten (37%) en dat er sprake is van discriminatie of ongelijke behandeling (29%). Vrouwen scoorden hierop hoger dan hun mannelijke collega’s. Twee respondenten: ‘Een mannelijke collega maakt veel seksueel getinte opmerkingen over studenten en over mij,‘ en ‘Vrouwen worden nog steeds achtergesteld. Ik werd openlijk gevraagd naar mijn kinderwens bij mijn sollicitatie. Ook vragen ze zich hardop af of je dit werk wel aankunt met een gezin.’

Slecht leiderschap voornaamste reden onveiligheid
Hoewel veel universiteitsmedewerkers een sociaal onveilige werkomgeving ervaren, is de sfeer tussen collega’s vaak beter. Respondenten beoordelen deze goed tot zeer goed (68%). Een respondent formuleert het als volgt: ‘De sfeer op mijn afdeling is goed, maar dat is als een eiland in de stormachtige oceaan.’
Slecht leiderschap wordt als voornaamste reden genoemd van een sociaal onveilige werkomgeving. Maar liefst 73% noemde dit de belangrijkste oorzaak. De oudere medewerkers (36-55 jaar) geven dit vaker aan (78%), dan de medewerkers tussen 26 en 35 jaar (65%). Een universiteitsmedewerker meldt: ‘Mijn leidinggevende schreeuwt en maakt je klein door aan capaciteiten te twijfelen.’

Onderlinge competitie
Donald Pechler, directeur VAWO: ‘Helaas heb ik als individuele belangenbehartiger zelf in persoon kunnen constateren dat oudere, buitenlandse en vrouwelijke werknemers door nieuwe en jonge leidinggevenden werden geschoffeerd. Schreeuwen tijdens een beoordelingsgesprek, het verbieden om de werkkamer te mogen verlaten zonder toestemming van de leidinggevende en als enige medewerker niet mogen meeverhuizen naar de nieuwe afdeling.’
Naast leiderschap worden ook problemen binnen de hiërarchie (49%) en hoge werkdruk (43%) genoemd. Een kwart wijt het aan de onderlinge competitie vanwege het moeten behalen van onderzoekfinancieringen.

Werk maken van sociale veiligheid
De vakbonden FNV en VAWO willen op zeer korte termijn met de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) in gesprek over het instellen van een landelijke, onafhankelijke klachtencommissie.
FNV-bestuurder Jan Boersma: ‘Op dit moment zijn er alleen interne klachtencommissies binnen universiteiten en geldt de bestaande landelijke Klachtencommissie Onderwijs niet voor universiteiten. De resultaten van ons onderzoek laten zien dat een externe, onafhankelijke commissie broodnodig is.’

Vertrouwenspersoon
Verder vinden FNV en de VAWO dat er, naast de huidige vertrouwenspersoon, ook een ombudsman of -vrouw moet worden ingesteld. Boersma: ‘Op dit moment is de vertrouwenspersoon vooral belast met de eerste opvang van collega’s die worden geconfronteerd met ongewenst gedrag. Dit is wat ons betreft nog niet voldoende. Bij een aantal universiteiten loopt nu een pilot met een ombudsman of – vrouw. Wat ons betreft moet de invoering hiervan worden versneld, zodat er bij meldingen ook concreet onderzoek kan worden gedaan en er zwaarwegende aanbevelingen kunnen worden gedaan naar de werkgever om maatregelen te kunnen treffen en sancties op te leggen.’

Bewustwording en erkenning
FNV en VAWO vinden het belangrijk dat er, naast het inzetten van instrumenten, er bewustwording en erkenning komt voor de problematiek. Pechler: ‘Net zoals het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) schrijft in hun onderzoek over ‘scientific harassment’ dat vandaag wordt gepubliceerd, begint verandering met bewustzijn en erkenning. Deze situaties mogen niet meer weggezet worden als incidenten. We hopen dat de werkgevers nu serieus werk gaan maken van een sociaal veilige werkomgeving.’

Gedeeld

Geef een reactie