Internationale samenwerking tegen ransomware

Nederland gaat met dertig andere landen de strijd aan tegen ransomware. Het convenant moet er onder andere voor gaan zorgen dat criminelen moeilijker hun ‘losgeld’ kunnen witwassen. Rusland doet niet mee met de samenwerking. Dat land wordt door velen beschouwd als de bron van de meeste aanvallen.

Het initiatief van de samenwerking komt uit de Verenigde Staten. De zorgen over ransomware zijn daar sterk toegenomen, sinds hackers het voorzien hebben op vitale bedrijven voor bijvoorbeeld olietransport. Ransomware, waarbij computersystemen geheel onbruikbaar worden gemaakt, wordt om die reden nu gezien als serieuze dreiging voor de samenleving. In Nederland is dat niet anders. Recent werden gemeenten, onderwijsinstellingen en grote, essentiële bedrijven aangevallen.

Digitale oorlogsvoering
Aanvankelijk leken hackers alleen uit te zijn op financieel gewin, maar de laatste tijd heeft het er meer de schijn van dat ransomware gebruikt wordt als onderdeel van digitale oorlogsvoering. Daar hebben vitale bedrijven en instellingen direct, maar ook indirect last van. Zo werkt het ook verstorend als een leverancier wordt getroffen. Om die reden willen de samenwerkende overheden ook meer druk gaan leggen op bedrijven om hun cybersecurity beter te regelen. Verder vindt men dat politie en inlichtingendiensten beter moeten gaan samenwerken in de strijd tegen ransomware. In eerste instantie wordt gekeken hoe deze vorm van criminaliteit minder makkelijk winstgevend gemaakt kan worden, maar op langere termijn moet men ook rekening houden met aanvallen die geen financieel motief hebben. In dat geval is een organisatie ook niet meer te redden door losgeld te betalen.

Gedeeld

Geef een antwoord