Mogelijk belangenverstrengeling bij miljoenenorder politie

De politie heeft bij de aanbesteding van 42.000 noodhulppakketten twee agenten in de beoordelingscommissie gehad, die directe banden hebben met één van de leveranciers. Dat blijkt uit onderzoek van RTL Nieuws. Bezwaren van benadeelde leveranciers werden terzijde gelegd.

Het gaat om een order van 10 miljoen euro, waarvoor verschillende bedrijven een aanbieding hadden gedaan. De politie wil agenten de komende jaren uitrusten met een noodhulppakket, waarmee onder andere schotwonden en slagaderlijke bloedingen kunnen worden behandeld. Na selectie van de aanbiedingen werd de grote order gegund aan het bedrijf Special Medics uit Utrecht. Volgens concurrenten van dit bedrijf was de aanbesteding al een uitgemaakte zaak en waren zij dus bij voorbaat kansloos. Dat zou alles te maken hebben met twee agenten van de politie-eenheid Rotterdam in de beoordelingscommissie, die naast hun politiewerk het bedrijf Treatfirst runnen. Dat bedrijf verzorgt trainingen voor de politie in de behandeling van ernstige verwondingen en maakt daarbij gebruik van materialen van Special Medics.

Geen vermoeden van plichtsverzuim
Twee andere aanbieders dienden een klacht in. Reanimerendoejezo.nl en LS Medical vonden dat de aanbesteding te veel was geschreven naar één product van één leverancier. De afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) van de politie erkent dat er een schijn van belangenverstrengeling gewekt zou kunnen zijn, maar ziet verder geen reden voor nader onderzoek, omdat er geen vermoeden is van plichtsverzuim. Ook de politie zelf vindt dat er niet onzorgvuldig, niet onbekwaam en vrij van dubbele belangen is gehandeld in deze aanbesteding.
Aanbestedingsspecialisten, die door RTL Nieuws zijn benaderd, hebben een andere visie. Emeritus hoogleraar bestuursrecht Henk Addink van de Universiteit Utrecht vindt dat de twee agenten vanwege hun persoonlijke belangen geen deel hadden mogen uitmaken van de beoordelingscommissie. Alleen al de schijn van belangenverstrengeling zou volgens hem genoeg hebben moeten zijn om de procedure te stoppen, omdat daarmee een basisbepaling uit de Algemene wet bestuursrecht wordt geschonden. Bovendien hebben de politie en het ministerie een voorbeeldfunctie, aldus Addink.

Gedeeld

Geef een reactie