Politie wil bredere inzet van stroomstootwapens

De politie wil agenten die noodhulpdiensten draaien, uitrusten met een stroomstootwapen. Uit een vorig jaar gehouden proef met de inzet van het stroomstootwapen blijkt dat dit bijdraagt aan een veilig en effectief optreden, zo laat de politie weten aan minister Grapperhaus van Justitie & Veiligheid.

Als het stroomstootwapen aan de uitrusting wordt toegevoegd, komt per basisteam een aantal stroomstootwapens beschikbaar die agenten in de noodhulp mee de straat op nemen. De komende vijf jaar kan het wapen vervolgens volledige worden ingevoerd. Deze fasering is nodig omdat agenten een speciale opleiding moeten krijgen om met het wapen te werken.

Proef
In Zwolle, Amersfoort, Rotterdam en de Eenheid Noord-Nederland gebruiken agenten sinds het voorjaar van 2017 het stroomstootwapen op proef. Met dit wapen kunnen agenten verdachten op veilige afstand onder controle brengen, met een minimale kans op letsel voor verdachte, agenten en omstanders. Een ander wapen dat dit kan heeft de politie niet. Het vuurwapen en de diensthond leveren veel meer en ernstiger letsel op, terwijl de wapenstok en pepperspray niet op een veilige afstand zijn te gebruiken.

Driehonderd keer
Tijdens de pilot is het stroomstootwapen ruim driehonderd keer ingezet, meestal om een einde te maken aan een dreigende situatie. Daarbij heeft niemand (verdachten, agenten, omstanders) ernstig letsel opgelopen, aldus de politie. In tweehonderd gevallen werd het stroomstootwapen gebruikt om mensen onder controle te brengen die onder invloed van drank of drugs waren of psychisch labiel. In veel gevallen bleek dreigen met het stroomstootwapen al voldoende om een gevaarlijke situatie zonder geweld te beëindigen. De agenten uit de proef zijn dan ook positief over het wapen.

Lessen
De politie trekt ook lessen uit de pilot. Zo wil de politie dat de geweldsinstructie, de wet die omschrijft in welke situatie een geweldsmiddel door de politie gebruikt mag worden, verder aangescherpt wordt. Het gebruik van de stunmodus (waarbij het wapen direct op het lichaam van een verdachte wordt gebruikt om een pijnprikkel te geven) mag alleen nog in noodsituaties. De inzet van het wapen tegen mensen die al (deels) onder controle zijn, wordt ook beperkt. De politie stelt ook voor om het stroomstootwapen technisch aan te passen: de duur van de stroomstoot wordt beperkt tot een maximum van vijftien seconden.

Inzet in GGZ
Onderscheid maken voor de inzet van het stroomstootwapen op basis van locatie, zoals in de proef het geval was, wil de politie niet. Zulke uitzonderingen maken het werk van agenten onnodig complex en politiemensen zijn getraind om in elke situatie een weloverwogen keuze te maken welk geweldsmiddel ze inzetten. De politie wil de inzet van het stroomstootwapen in GGZ-instellingen zoveel mogelijk beperken, maar is van mening dat bij ernstige gevaarsituaties waar GGZ-medewerkers zelf de hulp van politie inroepen, ook het stroomstootwapen gebruikt mag worden om meer geweld en letsel te voorkomen.

Professionals
Politiechef van de Eenheid Rotterdam Frank Paauw, portefeuillehouder van het stroomstootwapen, denkt dat het toevoegen van het stroomstootwapen aan de basisuitrusting van de politie niet tot méér geweld leidt maar tot meer precies en gedoseerd geweld. “Politiemensen zijn professionals die in elke gevaarzetting op basis van hun vakmanschap een afweging maken welk wapen ze inzetten. Als we geweld gebruiken, willen we maximaal effect met minimaal letsel. Het stroomstootwapen helpt ons daarbij.”
Mede op basis van het advies van de politie bepaalt de minister van Justitie & Veiligheid een standpunt over de invoering van het stroomstootwapen. Wanneer de behandeling in de Tweede Kamer is, is nog niet bekend.

Bron: politie.nl

Gedeeld

Geef een reactie