Politieagent niet langer verdacht na geschoten te hebben

Een agent die een verdachte doodschiet, wordt berecht als ieder ander die iemand om het leven brengt. Er wordt dan doodslag ten laste gelegd, wat erop neerkomt dat je de intentie hebt gehad om iemand te doden met kwaadaardige opzet. Een nieuwe wet moet dat gaan veranderen.

Later dit jaar wordt in de Tweede Kamer een wetsvoorstel besproken dat voorziet in een stelselherziening. Er komt dan onder andere verandering in de manier waarop door politiemensen tijdens hun werk gebruikt geweld wordt beoordeeld. Een agent komt dan niet meer direct terecht te staan als verdachte, maar in eerste instantie als betrokkene bij een geweldsincident. De beoordeling gebeurt dan vanuit het oogpunt van de ambtsinstructie en niet aan de hand van het strafrecht. Wel kan een strafrechtelijk traject volgen als blijkt dat de agent zijn ambtsinstructie heeft overtreden.

Lange nasleep
Een geweldsincient kan een lange nasleep hebben. Ook als er terecht is geschoten. Doodslag blijft als strafrechtelijke aantekening in het dossier van een agent staan, want hij heeft iemand om het leven gebracht. Daardoor krijgt een agent bijvoorbeeld geen visum voor de Verenigde Staten. Ook wordt geen VoG (verklaring omtrent gedrag) verstrekt, wat het moeilijk maakt om buiten de politie een nieuwe baan te vinden.

Blauwe kamer
In het wetsvoorstel over de stelselherziening is ook een ‘blauwe kamer’ opgenomen. Die moet gaan zorgen voor expertise. Het wordt een aparte rechtbank met een vaste groep rechters, die vanuit hun deskundigheid kunnen oordelen of het toegepaste geweld legitiem was binnen de grenzen van de ambtsinstructie. Het is te vergelijken met de krijgsmacht, die ook over een eigen militaire kamer beschikt.
Op het schenden van de geweldsinstructie staat maximaal drie jaar celstraf.

12.000 keer geweld
De politie gebruikt per jaar ongeveer 12.000 keer. Meestal gaat het om licht geweld dat intern wordt afgewikkeld. Dertig keer per jaar komt de Rijksrecherche eraan te pas om onderzoek te verrichten naar het gebruik van vuurwapens door de politie. Naar schatting komen jaarlijks vijf agenten voor de rechter wegens het gebruik van zwaar geweld. Als zij worden vrijgesproken, kunnen nabestaanden van de gedode verdachte nog een artikel 12-procedure starten. Daaraan zit in principe geen beperking voor wat betreft de tijdsduur. Daar wil de overheid nu ook verandering in brengen.

Gedeeld

Geef een reactie