Taakstraf voor in brand steken van zendmast

180 dagen celstraf, waarvan 164 voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een schadevergoeding. Dat is de straf die de rechtbank van Rotterdam gegeven heeft aan een man die zonder reden een zendmast voor mobiele telefonie in brand heeft gestoken.

Er zijn de afgelopen tijd maar liefst 33 zendmasten in brand gestoken en er zijn inmiddels zeven verdachten opgepakt. Maandag verscheen echter pas voor het eerst een van de verdachten voor de rechter. De 32-jarige man moest zich verantwoorden voor het met een spuitbus deodorant in brand steken van een zendmast langs de A67 nabij Maasbree. Daarbij ontstond een schade waarvan de man 2439 euro moet vergoeden aan KPN en T-Mobile. Verder moet de brandstichter 240 taakstraf uitvoeren en gaat hij de cel in als hij binnen twee jaar nog eens een zendmast in brand steekt.

Geen ideologisch motief
Aanvankelijk werden de branden toegeschreven aan personen die tegen het 5G-netwerk zijn, omdat ze denken dat corona niet door een virus, maar door de straling wordt veroorzaakt. De verdachte beweerde echter zonder duidelijke reden gehandeld te hebben en dat hij er erg veel spijt van had. Hoewel ook de rechtbank geen aanwijzingen heeft gevonden dat de brandstichting een ideologisch gemotiveerde daad betreft en zij er dus vanuit gaat dat het om een impulsieve daad gaat, kan de brandstichting volgens de rechter niet volledig los worden gezien van de omstandigheid dat deze de zoveelste was in een reeks brandstichtingen van zendmasten en bovendien samenviel met een landelijk gevoelde angst en onzekerheid in verband met het coronavirus. Dit heeft mogelijk nog meer angst en gevoelens van onveiligheid veroorzaakt. De rechtbank rekent dat de verdachte zwaar aan.

Reclassering
Dat de verdachte op vrije voeten kwam, had hij te danken aan de reclassering. Die wees erop dat de brandstichter na een lange periode van strafbare feiten eindelijk weer zijn leven op de rails had en dat celstraf hem zijn baan als vuilnisophaler zou kosten. Ook een behandeling om hem op het rechte pad te houden, zou dan geen nut meer hebben. De rechtbank ging hierin mee en woog ook mee dat de verdachte vijf maanden met een enkelband moest rondlopen. Het is nog niet bekend wanneer de zes andere verdachten van brandstichtingen voor de rechter moeten verschijnen. Het onderzoek verloopt moeizaam, omdat vaak alleen matige camerabeelden voorhanden zijn en behalve de verdachten niemand de brandstichtingen met eigen ogen heeft gezien.

Gedeeld

Geef een antwoord