Tot vijf jaar cel geëist voor woninginbrekers

De officier van justitie van het Openbaar Ministerie Noord-Holland (OM) heeft vrijdag gevangenisstraffen tot vijf jaar geëist tegen twee mannen van 30 en 36 jaar uit Beemster en (destijds) Castricum. Het OM acht hen schuldig aan het plegen van een reeks woninginbraken in verschillende plaatsen in Noord-Holland.

In 2019 was er sprake van een toename van het aantal woninginbraken in Zaanstreek-Waterland. De politie startte een onderzoek en vermoedde op basis van onder andere DNA-hits en analyse van telecomgegevens de betrokkenheid van een 30-jarige verdachte uit Beemster bij een groot deel van de inbraken. Hij werd nog niet aangehouden. Wel luisterde de politie zijn telefoon af, waarbij de verdachte afsprak te gaan ‘hotspotten’. Op basis van de tapgesprekken kwam ook de 36-jarige medeverdachte in beeld. Beiden werden eind februari vorig jaar aangehouden en zitten sindsdien vast.

Breekijzer
Een groot aantal van de gepleegde feiten is aan elkaar gelinkt doordat verdachten schoensporen of werktuigsporen, zoals een breekijzer, bij de inbraken hebben achtergelaten. Ook bleek bij huiszoeking dat een deel van de gestolen goederen, waaronder sieraden en telefoons, opgeslagen lag in de woningen van verdachten. Gedurende het onderzoek bleek bovendien dat beide verdachten verantwoordelijk waren voor nog een aantal andere gekwalificeerde diefstallen. Tot slot was de 36-jarige verdachte, blijkens de gegevens van zijn enkelband, op diverse misdrijflocaties aanwezig ten tijde van de woninginbraken.

Flesje water
De verdachten ontkenden hun betrokkenheid grotendeels, of gaven geen aannemelijke verklaring voor het belastend bewijs dat er tegen hen ligt. Zo verklaarde de 36-jarige verdachte dat hij op de plaats delict was vanwege chauffeurswerkzaamheden. De officier van justitie achtte dit volstrekt onaannemelijk: in de tapgesprekken zegt verdachte ‘we hebben de tang laten liggen’ en ‘wat te doen met de gestolen spullen?’, spullen die nota bene bij hem thuis zijn aangetroffen. En over het flesje water in de woning van een slachtoffer, waarop DNA van de 30-jarige verdachte is aangetroffen, verklaarde deze verdachte dat hij dit tijdens het uitlaten van de hond in de bosjes heeft gegooid – waarna het om onverklaarbare redenen in de woning opdook. De officier ter zitting: “Elk van deze omstandigheden afzonderlijk zou wellicht nog kunnen berusten op toeval, maar in onderlinge samenhang bezien acht ik de mogelijkheid dat het bewijs tegen verdachten op toeval berust, volstrekt hypothetisch.”

Eén doel
“Het staat vast dat de verdachten veelvuldig tezamen op pad zijn gegaan met maar één doel, namelijk inbreken”, aldus de officier. “Er was een gezamenlijk plan, met een gezamenlijke uitvoering, en ze hebben samen de buit verdeeld.” De officier achtte medeplegen van gekwalificeerde diefstal, meermalen gepleegd, bewezen. De 30-jarige man uit Beemster hoorde vijf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf tegen zich eisen. Het OM houdt hem verantwoordelijk voor veertien woninginbraken (of poging daartoe), waarvan één inbraak is gevolgd door geweld tegen de politie. Ook verweet het OM hem de diefstal van een portemonnee, het meermalen pinnen met een gestolen pinpas en drie diefstallen van personenauto’s. Tegen de 36-jarige medeverdachte eistte de officier van justitie vier jaar celstraf voor het medeplegen van elf woninginbraken (of poging daartoe) en diefstal van een personenauto.

De rechtbank doet naar verwachting uitspraak op 26 maart 2021

Gedeeld

Geef een antwoord