Rondhangen brengt jongeren eerder in de criminaliteit

Op 9 maart verdedigt sociologe Evelien Hoeben haar promotieonderzoek naar de relatie tussen het rondhangen van jongeren en de kans om met criminaliteit in aanraking te komen.
Vier op de vijf jongeren hangen volgen Hoeben wel eens rond. Hoe groter het aantal, des te groter de kans dat ze met criminaliteit in aanraking komen. Het gaat volgens haar vooral om kleine criminaliteit zoals vandalisme, diefstal of misbruik van drugs en alcohol. Dit heeft alles te maken met het ontbreken van sociale controle door volwassenen. Rondhangen gebeurt namelijk ook op plekken waar wel sociale controle is, zoals in winkelcentra. Maar dan blijft het bij overlast en vinden doorgaans geen criminele handelingen plaats.
Dat het in andere situaties wel vaak mis gaat, wijt Hoeben aan het opdoen van ‘foute vrienden’, die het plegen van misdrijven en het gebruik van drugs ‘normaal’ vinden. Ze interviewde ruim achthonderd jongeren tussen de 11 en 20 jaar uit Den Haag en omgeving en gebruikte onderzoeksgegevens over elfduizend jongeren in de VS. Verder deed ze onderzoek onder buurtbewoners. De afkomst van de jongeren lijkt weinig van invloed. Het gaat vooral om de locatie waar zij rondhangen. Die is bepalend voor de kans dat zij het verkeerde pad opgaan. Driekwart van de tijd hangen jongeren rond in een andere buurt dan waar ze zelf wonen. De criminaliteit zou volgens Hoeben beperkt kunnen worden, als winkeliers meer toezicht zouden houden.

Gedeeld

Geef een reactie