Zoetermeer doof voor signalen radicalisering

Volgens NRC Handelsblad heeft burgemeester Charlie Aptroot van Zoetermeer de gemeenteraad onjuist geïnformeerd over radicalisering in zijn stad. Nadat begin 2013 de eerste jihadstrijders naar Syrië vertrokken, zou hij ten onrechte hebben gezegd dat er voorheen geen signalen waren dat moslimjongeren in Zoetermeer radicaliseerden.

Uit onderzoek van NRC blijkt dat het bestuur van de moskee Al-Qibla in Zoetermeer herhaaldelijk alarm heeft geslagen over radicaliserende jongeren, maar geen gehoor kreeg bij de gemeente. Zo werd al in juli 2012 aangifte gedaan bij de politie nadat een bestuurslid was geslagen door een radicale moslim. Daarbij meldde het bestuur dat het grote problemen ondervindt van jongeren die de moskee willen radicaliseren. Ook zijn de problemen onder de aandacht gebracht van Jan Waaijer, die tot september 2012 burgemeester was van Zoetermeer.
Radicale jongeren uit Zoetermeer, Den Haag, Schiedam en Delft wilden het bestuur van moskee Al-Qibla omverwerpen om zelf de leiding over te nemen. Dat ging niet door en kort daarna vertrokken veel van de geradicaliseerde jongeren naar Syrië, als eerste Nederlandse jihadstrijders.
Volgens de politie Haaglanden zijn de zorgen over radicalisering in de moskee al eind september 2012 besproken in het driehoeksoverleg met Aptroot. De burgemeester zag echter geen aanleiding om in te grijpen, omdat het volgens hem geen verstoring van de openbare orde zou betreffen. De werkwijze van Zoetermeer past volgens NRC in het algemene beeld dat gemeenten in de periode voor de Syrië-gang weinig alert waren op radicalisering.

Gedeeld

Geef een reactie